Doel bereikt

Ik lig in bad. Schaamteloos te genieten, te voelen hoe de spanning en de stress van de voorbije week wegspoelt. De geur van vers gebakken wafels, sudderend stoofvlees en versgebakken frietjes drijft tot boven. Een bizarre mengeling die me intens gelukkig maakt.

Ik weet dat men beneden bedrijvig in de weer is, terwijl ik boven lig te weken in de warmte. Ik weet dat ze het me gunnen, dat ze het niet erg vinden, dat contrast. Ik denk dat ze me willen verwennen, dat ze oprecht denken dat ik het verdien. Ik voel me gezien, gewaardeerd en geliefd.

Ik lig in bad en bekijk mijn handen. Rode nagels steken fel af tegen het witte badschuim. Net voor ik in bad ging, heeft mijn oudste dochter mij in de watten gelegd met een manicure met een prachtig resultaat. Dit deed ze tussen het kokkerellen door. Haar lief staat nog in de keuken verse frieten te snijden terwijl het stoofvlees op het vuur staat. De jongste dochter legt de laatste hand aan haar wafels. Ze kreeg het recept gisteren nog van mijn grootmoeder en ging er gelijk mee aan de slag. De oudste zoon zit bij het lief en de jongste bij zijn papa.

Na net genoeg tijd, wordt er op de badkamerdeur geklopt. “Binnen tien minuten is het eten klaar.” Ik rep me uit de kuip en haast me naar beneden. Hongerig, niet alleen naar eten, maar vooral naar het gezelschap van mijn dochters. De tafel is netjes gedekt. De bordjes gevuld. Er wordt gepraat. Écht gepraat. Ik bedenk me wederom dat dit de momenten zijn waaraan ik dacht toen ik kinderen wou.

Dit is zo’n moment waarop je ongeduldig hoopt tijdens die helse eerste kinderjaren, wanneer ze klein zijn, druk zijn en je constante zorg nodig hebben. Ze zijn ouder nu, het zorgende moeder-zijn is grotendeels voorbij. Ik heb meer en meer het gevoel dat ik hen echt iets kan bijbrengen, iets kan leren én dat ze luisteren. Ik bedenk me dat ze me ook begrijpen zonder dat ik iets hoef te zeggen. Zo voelden mijn twee dochters woordenloos aan dat een dagje niks doen, een dagje niet zorgen exact was wat ik nodig had. Het leven loopt hier de laatste tijd niet altijd van een leien dakje. Pleegzorgperikelen en puberhormonen enzo …

En zoals je weet: een moeder kan niet gelukkiger zijn dan haar kind dat het het moeilijkst heeft.

Ik hoop dat ik mijn dochters, door schaamteloos in bad te liggen weken en me ongegeneerd door hen te laten verwennen, leer dat het ok is om tijd voor jezelf te nemen. Dat moe zijn en het beu zijn mag, maar dat je er wel zelf iets moet aan doen. Want hoe geëmancipeerd de buitenwereld ook mag lijken, de vrouw is en blijft de drijvende kracht in het merendeel van de huishoudens.

Ik hoop dat ze weten dat ik ongelooflijk fier op hen ben en apprecieer wat ze allemaal doen. Het zijn zelfstandige juffrouwen geworden die weten wat ze willen en dat ieder op hun manier duidelijk maken. En ja, op een dag als vandaag, besef ik dat ik daar mee heb voor gezorgd. Mission accomplished .

Lang geleden: een moeder met een missie

Arrebol

“Wauw, mama, kijk hoe mooi de lucht is.” Mijn hart maakt een sprongetje. En vervolgens een dubbele salto wanneer een stemmetje “Oh ja, echt práchtig!” toevoegt. We zitten in de auto op weg naar school. De jongste dochter naast mij. De jongste zoon achterin. De lucht kleurt inderdaad prachtig roze, zelfs een beetje paars.

“Jouw lievelingskleur, mama.”

Eindelijk, denk ik bij mezelf. Ein-de-lijk is het gelukt om mijn kinderen de schoonheid rondom zich te laten zien. De schoonheid der simpele dingen. Bij de oudste twee lijkt die missie minder geslaagd. Wanneer ik hen wijs op een mooie wolkenformatie of op de maan die als een enorme witte bol aan de hemel staat, kijken ze even op van hun scherm en mompelen iets dat als een bevestiging kan geïnterpreteerd worden. Onze pubers zitten zo opgesloten in hun eigen wereldje dat al die pracht en praal aan hen voorbij gaat. Jammer vind ik dat.

Het heeft me dus twee kinderen ‘gekost’ om mijn doel te bereiken. Misschien is het omdat ik nu ouder ben, beduidend rustiger en daardoor zélf meer oog heb voor al het schoons dat de aarde en het leven te bieden heeft én hen er ook op wijs. Toch één ding dat ik opvoedingsgewijs voor elkaar gekregen heb, want oprommelen, de lichten doven en de deuren achter zich sluiten, zijn dingen die ik hen tot op heden nog niet heb kunnen aanleren. De afwasmachine leeg maken én ook weer vullen met het vuile gerief dat op het aanrecht staat. Het gaat er bij hen niet in. Schoenen uitdoen en jas aan de kapstok evenmin. Soit, ik wijk af.

Het is grappig dat onze zevenjarige, die voor de rest een vrij beperkte woordenschat heeft, vlotjes woorden als verrukkelijk, prachtig en adembenemend uitspreekt. Hij ziet schoonheid en benoemt het. Net als onze jongste dochter. Zij denkt in beelden en kan ze ook heel gedetailleerd beschrijven. Wanneer ze dan (soms iets te) uitgebreid vertelt, komt die schoonheid bovendrijven en wordt duidelijk dat ook zij het mooie in de dingen herkent.

De oudste zoon heeft ADHD waardoor heel veel zaken aan hem voorbij gaan. Hij raast door het leven aan zo’n immens tempo dat veel voor hem verloren gaat. Hij komt vaak uit de lucht gevallen wanneer hij iets te weten komt dat we nochtans binnen ons gezin besproken hebben. Hij is aanwezig, maar sommige dingen dringen niet tot hem door. Zo merk ik dat de simpele, maar zo mooie details hem niet opvallen. Laten we hopen dat zijn kijk met het opgroeien verruimt en hij ook leert genieten van die kleine details die het leven kleur geven.

De zeventienjarige dochter is een twijfelgeval. Ze lijkt de schoonheid van de kleine dingen niet op te merken. Op het eerste zicht besteedt ze er weinig aandacht aan. Wanneer ik dan op haar Instagram een foto zie verschijnen van een prachtige zonsondergang, weet ik dat ze het wél ziet, maar er gewoon geen woorden aan vuil maakt.

Dit alles bedenk ik me. Op een doordeweekse dinsdag op weg van school naar kantoor. Dankzij de paarse lucht waar mijn twee jongste kinderen me op wezen terwijl ik in mijn hoofd al een to-do-lijstje aan het opstellen was voor de werkdag die nog moest beginnen. Dankbaar dat ik dankzij die twee kleine koters enkele minuten heb genoten, voldoende om de dag met een glimlach aan te vatten.

Wist je dat er in het Spaans een woord bestaat voor de lucht die roodachtig kleurt door de zon? Arrebol, zo noemen ze het. Echte levensgenieters, die Spanjaarden. Adiós!

Lie(f)s

Later is al lang begonnen …

Vanochtend aan de ontbijttafel lag er iets onverteerbaars op mijn bord. Een vrouw, nog te jong en zo vitaal, was er plots niet meer. Ik kende haar, maar niet goed, niet echt. Het was zo’n vrouw waar de positieve energie afspatte. Een vrouw die opviel, zonder al te veel moeite en waarschijnlijk zonder het zelf te beseffen. Dat maakte haar zo mooi.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch raakt het mij. Is het omdat ze maar iets ouder was dan ik? Ook een moeder was en haar gezin nu alleen achterblijft? Is het omdat ik vanochtend weer maar eens herinnerd werd aan het feit dat het leven, sowieso al kort, voor sommigen wel heel snel afgelopen is. Het kan elk moment gedaan zijn, voor ieder van ons, ook voor mij.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch ben ik al heel de dag verdrietig. En boos. Boos omdat ik mensen ken die er, in tegenstelling tot haar, een heel ongezonde levensstijl op nahouden. Roken, drinken, niet sporten, … dichtgeslibte aders die keer op keer worden opengemaakt. Een overbruggingske meer of minder … Mensen die keer op keer een kans krijgen en het dan gewoon weer verkloten. Terwijl zij een voorbeeld was, ze genoot van het leven, maar op een gezonde manier. En dan wordt ze ziek en sterft amper twee maanden later. Zonder een kans te krijgen.

Ik kende haar, maar niet goed. En toch komt het hard aan. Want net als ik zat ze ongetwijfeld nog vol plannen. Zo veel dingen die ze nog wou doen. Nog zo veel dromen te verwezenlijken, net als ik. Later …

Maar vandaag besef ik nog maar eens: later is al lang begonnen. We moeten leven in het hier en nu. Nu doen waar we van dromen. We moeten leven en ervan genieten. Zo veel het kan.

Het ga je goed daarboven, K. Ik kende je, maar niet goed. En toch zal ik je missen.

Lie(f)s

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Pseudo-vakantiesfeer

De voorbije weken van verplicht cocoonen verliepen vrij vlot, tegen alle verwachtingen in. Verwachtingen … daar zit hem het nu net. We zijn na 4 weken wel min of meer gewend aan dit nieuw leven, maar het is niet altijd even makkelijk om mijn verwachtingen aan te passen, om de lat lager te leggen.

Vaak lukt het me om mee te drijven op het pseudo-vakantiesfeertje dat hier in huis hangt. Later opstaan, uitgebreid ontbijten en dan toch maar in gang schieten met dat schoolwerk en het huishouden zodat we na de middag volop kunnen genieten van dat zonnetje. Nu manlief ook een weekje werkloos was, ging dat als vanzelf. De barbecue ging geregeld aan. Er werd ijs en frisdrank in huis gehaald, dus ook de kinderen vinden het prima.

Ik geniet enorm van de rust die we de voorbije weken cadeau kregen, de rust waar ik zo naar verlangde toen alles nog normaal was. Ik kan – of is het wil? – nu de tijd nemen om écht met mijn kroost bezig te zijn. Ik krijg de kans om mijn kinderen opnieuw en beter te leren kennen. Er is ruimte in mijn hoofd om het leven vaker vanuit hun standpunt te bekijken. Dat zorgt voor minder conflicten. Er is tijd om met hén bezig te zijn en daarna met een boek in de zon wat tijd voor mezelf te nemen. Er is zelfs nog tijd om hier en daar een kast te rommelen en de was weg te werken. Het kan tegenwoordig zomaar allemaal op één dag!

En toch bekruipt me soms een gevoel van onbehagen dat moeilijk onder woorden te brengen is. Doen alsof het vakantie is, is leuk voor even. Het lijkt niet te kloppen in mijn hoofd. Mogen we wel genieten van deze semi-quarantaine? Het voelt niet eerlijk t.o.v. al die mensen die in de gevaarlijke buitenwereld gewoon doorwerken. Ik besef dat door hun harde werk wij hier veilig in onze bubbel kunnen blijven.

Hoe zeer ons leven nu ook aanvoelt als één langgerekte vakantie, het mag voor mij weer snel zoals vroeger worden al was het maar om dat schuldgevoel weg te werken. Maar tot dan kan je mij in onzen hof vinden met één van de kinderen om ons beach-tennis-record te verbreken.

Over samen oud worden …

Elke ochtend wanneer ik de kinderen naar school breng, kom ik haar tegen. Een oud vrouwtje dat haar keeshondje uitlaat. Het vrouwtje is oud. Dat merken we aan haar voorzichtige en wankele manier van stappen en vooral aan haar grijze haren die bijna zo wit zijn als die van haar hondje. Elke ochtend rond hetzelfde tijdstip hetzelfde toertje. Het hoort ondertussen ook bij ons ochtendritueel.

Wanneer ik haar zie, verschijnt er spontaan een glimlach op mijn gezicht. Wanneer ik haar niet zie, weet ik hoe laat het is … te laat, de schoolbel is al gegaan. Of  ik word ongerust na een blik op de klok die me vertelt dat we keurig op tijd zijn. Ze zal toch niet ziek zijn, of erger … overleden. Iets dat gezien haar leeftijd zomaar eens zou kunnen gebeuren. 

Ook de kinderen rekenen op haar korte passage, merk ik. De jongste dochter scant onbewust de route af en wanneer ze het vertrouwde duo opmerkt, stoot ze mij zachtjes aan en knikt haar hoofdje in de richting van het moemoeke, want zo noemen we haar ondertussen: moemoeke.

Ze laat zich niet tegenhouden door een beetje regen of kou. Bewonderenswaardig vind ik dat. Aangespoord door de liefde voor haar hond trekt ze ook in deze gure periode haar warme jas aan en – bij regenval – het obligate doorschijnende regenkapje. Gewapend tegen elk weertype gaat ze steevast de deur uit. Ze is waarschijnlijk bang om te vallen, want erg stevig staat ze niet meer op haar benen, maar voor die kleine Kees zet ze zich elke dag opnieuw over die angst. Hij houdt haar ‘jong’, actief en dus gezond.

Ik stel me voor hoe ze na hun wandelingetje in haar huisje komen en ze de pootjes van de hond proper maakt waarna hij zich bij de oude Leuvense stoof nestelt in zijn gouden mandje. Ze controleert of hij nog voldoende korreltjes en water heeft en schenkt zichzelf dan een kopje koffie in uit de onverwoestbare Tiger thermos die eigenlijk veel te groot is nu ze, sinds de dood van haar man, de enige in huis is die nog koffie drinkt. Ze zet zich in de zetel naast de hondenmand en leest de krant. Van voor naar achter en terug. Het sportnieuws legt ze in de lege fauteuil naast zich, waar vava zaliger altijd zat. Af en toe werpt ze een weemoedige blik naar de leegte naast zich en voelt het gemis. Ze klopt zachtjes met haar verrimpelde handen op haar knieën waarmee ze haar hondje zonder woorden uitnodigt plaats te nemen op haar schoot. Zo kijken ze samen naar Mooi en Meedogenloos en Sturm der Liebe

Ik heb bewondering voor haar en respect. Ze verzet zich tegen haar leeftijd en blijft bewegen, ondanks haar tegensputterende lichaam. Zelf hoop ik op dezelfde manier oud te worden, gezond en wel, fris van geest. Al hoop ik vooral dat manlief dan ook nog aan mijn zijde staat en mij bij elk wandelingetje – al dan niet met hond, rollator of wandelstok  – gezelschap houdt waarna hij zich in de zetel naast mij nestelt om samen hand in hand en met twee Westmalle Extra’s naar Days of Our Lives te kijken.

Suske, zet ze al maar koud, want jij bent nog steeds mijn Valentijn!

liefde-is-gelukkig-samen-oud-worden

 

 

 

 

Ploeteren of suikerspinnen?

Er verscheen een nieuw boek ‘Van gin tot pap’. Ik heb het nog niet gelezen. An Lemmens ook niet, maar dat belette haar niet een reactie de wereld in te sturen.

Het boek van Isabel Boons met bijhorende facebookgroep belicht o.a. de minder rooskleurige kant van het moederschap en geeft in één adem enkele tips mee om het leven met je kleine ettertjes draaglijker te maken. Ik heb het nog niet gelezen, al heb ik wel door dat dit met een dikke vette knipoog geschreven is, maar tegelijkertijd worden de pijnpunten van het moederschap zwart op wit en eerlijk op papier gezet. Het boek past, zoals An Lemmens terecht opmerkt, perfect in de ‘ploetermoedertendens’. Een tendens waar ze zich aan stoort.

Het ‘mama zijn’ is voor An alleen maar geweldig. Ze stoort zich aan het constant negatief voorstellen van het moederschap op de sociale media. Misschien heeft ze wel een punt. Het regent ploetermoeders die steen en been klagen over hoe zwaar het opvoeden van hun kroost is. Die snakken naar tijd voor zichzelf, naar tijd zonder de kinderen, naar een leven waarin ze niet alleen maar moeder zijn.

Ik reken mezelf tot de club van de ploetermoeders. Ik zie er meestal ook zo uit. Het woord is me op het lijf geschreven. Wanneer mijn kroost niet naar school is, draait mijn leven bijna uitsluitend rond hen waardoor ik geen tijd heb om er piekfijn uitgedost en er even stralend uit te zien als An wanneer ze op TV komt.

Mijn leven als moeder is zoals het is omdat ik het zo wil. Mijn kinderen worden zelden door de grootouders van school gehaald, ze worden uitsluitend door mij van de ene hobby naar de andere gereden. Dat is zo omdat ik het op die manier wil en – dankzij een geweldige job – zo kan.

Vind ik dat leuk? NEE. Zeur ik daarover? JA!!! Dat deed ik trouwens nog vol overgave in mijn vorig blogpostje Verschil moet er zijn van verleden week.

Ik ben zo’n moeder die inderdaad opgelucht adem haalt wanneer ik ’s ochtends de schoolpoort uit wandel. Aaaah, een uur of 6 rust. Rustig achter mijn computer op het werk zonder constant nodig te zijn. Een gezellige middagpauze met het ventje, een uurtje waarin we zowaar een echt gesprek kunnen voeren zonder onderbroken te worden of euh … op andere manieren constructief aan onze relatie kunnen werken.

Hoe blij ik ook ben wanneer ik hen even op school kan droppen, elke dag, iets voor vieren, kijk ik er ook weer naar uit om hen op te halen. Ik heb hen dan soms echt gemist die dag. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt.

In tegenstelling tot An, ben ik zo’n moeder die soms om 19u al verlangend naar de klok kijkt om dan zuchtend te denken ‘nóg een uur of twee voor ze weer allemaal in bed liggen’. Er zijn écht wel zo van die dagen … Ik schaam me daar niet (meer) voor. Ik dacht dat iedere moeder dit wel eens zo ervaarde en dat gaf me het geruststellende gevoel niet ‘abnormaal’ te zijn.

Bij An is dit blijkbaar niet zo. Ze heeft naar eigen zeggen in de bijna vier jaar dat ze moeder is geen enkele keer gevloekt, noch gezucht. Misschien is het omdat ze er slechts eentje heeft, maar ík kan me daar als moeder van vier écht niets bij voorstellen. Er is elke dag wel eens een moment dat de moed me in de schoenen zakt, dat ik mijn leven als moeder even niet leuk vind. Ik ben oprecht blij voor An en andere mama’s die het moederschap zo beleven en ben razend benieuwd naar hun geheim.

Niets is altijd alleen maar goed. Mensen die hun job kei graag doen, hebben toch ook al eens een baaldag op het werk? Bij een koppel dat zielsveel van elkaar houdt, zit toch ook al wel eens een haar in de boter? Een moeder die haar kinderen doodgraag ziet, wil hen toch ook wel eens achter het behang plakken?

Op deze blog lucht ik vaak mijn moederhart. Ik schrijf mijn twijfels, mijn schuldgevoel, mijn dagelijkse strijd om een goede moeder te zijn eerlijk van me af. Soms deel ik het met een klein hartje op facebook, maar wanneer ik de reacties lees van andere mama’s die zich erin herkennen ben ik blij en voel ik me weer een beetje meer een goede moeder.

Ik denk dat er in iedere mama zowel een ploetermoeder als een An Lemmens schuilt. Het is de uitdaging voor elke moeder om die twee in evenwicht te houden. Helaas lukt dat niet altijd. De ene dag draait alles in de soep, de andere zit ik samen met An op haar roze suikerspinnenwolk te glunderen.

moeder-worden-is-een-wonder-moeder-zijn-een-heel-gedonder

Verschil moet er zijn

Ik ben net aangekomen op het werk. Totaal ontspannen, vredig, intens gelukkig. De zon schijnt. Het is half september, maar het voelt nog steeds als zomer. Een gezellig fietstochtje door de velden naar school, de kinderen gedropt en dan langs de mooiste plekjes richting werk. Nog even tijd om snel wat neer te schrijven.

Het leven is mooi …

Nochtans zat ik gisterenavond in zak en as. Toen vond ik mijn leven allesbehalve geweldig. De kinderen van school halen. De oudste zoon op de typles droppen. Met de rest naar huis om in zeven haasten eten te maken. Gezellig samen rond de tafel zat er niet in, want zoonlief moest ook weer opgehaald worden. Het huiswerk moet klaar en de jongste dochter naar de voetbaltraining.

Altijd één oog op de klok gericht …

Het gejaag, het gesakker, het constant achter de veren zitten van de kinderen. Ik vind het niet leuk. Ik word er niet happy van.

Anderzijds denk ik dat zulke tijdelijke dieptepuntjes als gisterenavond nodig zijn om de gelukzaligheid van vanochtend te kunnen ervaren. Extreme drukte versus complete rust.

Verschil moet er zijn …

Intens genieten van een frietje van de frituur,  maar een paar dagen later de benen onder een mooi gedekte tafel schuiven voor een gastronomisch diner. Gaan kamperen en slecht slapen op een dun matrasje om des te meer te beseffen hoe zalig ons bedje thuis is. Om nog meer te genieten van een vakantiehuisje met alles erop en eraan. Een snikhete zomer met lome dagen en slapeloze nachten doet me nu nog meer genieten van de frisse nazomerochtenden en koele avonden waarbij aarzelend het dunste dekentje weer over de benen getrokken wordt.

Het ene vult het andere aan. Ying en yang. Plus en min. Het maakt ons leven compleet.

Ik dwing mezelf te beseffen dat de mindere momentjes passeren. Ik wil de dieptepuntjes relativeren en intens genieten van de hoogtepunten, want ik weet dat ook die niet blijven duren. Dit alles maakt volgens mij ons geluk grijpbaar en intenser.

Het zit overal, maar je moet het zien en er soms zelfs naar op zoek gaan. Het is niet evident. Wanneer er amper tijd is om te ademen, is er ook geen ruimte om dat lichtpuntje geluk te zien. Het gaat zo vaak aan ons voorbij.

Daarom … lééf, lach, geniet, baal, huil, vloek, … het hoort er allemaal bij!

geluk zeepbel

 

Stop de tijd

Heeft het te maken met het naderende einde van 2017, ik weet het niet, maar de laatste tijd overpeinzen we regelmatig de dingen. Het leven. Ons leven.

Elke keer opnieuw komen we tot het besluit dat het goed is zoals het is. Dat er niks meer moet veranderen, niet het kleinste detail. Alles lijkt te kloppen … evenwicht, balans, controle.

Controle over alles wat ons het liefste is: ons gezin, onze kinderen. Voorlopig vormen we nog één blok. Altijd samen op pad, samen thuis, samen ruzie, samen gelukkig. Maar dat kan niet blijven duren. De tijd kan je niet stoppen. Onze kinderen groeien, worden ouder, zelfstandiger en hebben ons minder nodig.

Voorlopig weten wij, als ouders, altijd waar onze kinderen zijn. Wij bepalen waar en met wie ze zijn. Ze zijn veilig. Maar ooit zal het anders zijn. Ooit zullen ze thuis vertrekken en van het leven gaan genieten, van hun vrijheid proeven. Ze zullen van het ene feestje naar het andere trekken. Ze zullen omgaan met mensen die je niet kent en op plaatsen vertoeven die jij niet kent. Ze zullen je vertrouwen op de proef stellen én beschamen.

Maar hopelijk komen ze steeds terug. Zoeken ze steeds weer de geborgenheid en veiligheid op van ons gezin. Ik hoop het …

Het is nu moeilijk te vatten, maar ooit zullen we niet elke seconde van elke dag weten waar onze vier schatten uithangen. Ze zullen niet langer elke nacht onder ons dak slapen.

Loslaten heet dat dan. Een onvermijdelijk iets, maar zolang het niet moet, gaan we het niet doen. En gaan we genieten van onze kroost, dicht bij ons, altijd bij ons, 24/7, …

Schreef ik daar ooit geen stukje over? Over die ettertjes die werkelijk altijd rond mij hangen? Zelfs wanneer ik op toilet zit of eindelijk eens onder de douche sta?

Ach ja, je weet wel wat ik bedoel. Als ouders groeien we ook, hoop ik. Ooit zullen we er de voordelen van zien, zullen wij ónze herwonnen vrijheid appreciëren en met beide handen grijpen.

Het concept ‘vakantie’

Sinds anderhalf jaar werk ik niet meer in het onderwijs. Tegen alle verwachtingen in heb ik geen heimwee. In het begin miste ik het contact met de collega’s en de leerlingen, én de voldoening die je voelt wanneer je erin slaagt om een stelletje pubers toch een lesuur te boeien. Al het overige was er nét iets te veel aan.

Wat ik nu vooral mis, elk jaar opnieuw rond deze tijd, is het gevoel dat je hebt op het einde van het schooljaar. Het aftellen en vurig verlangen naar de vakantie, de laatste loodjes die je op school met iets meer plezier dan anders afwerkt. En dan … die zee van tijd die voor je ligt en waar je niet kan over kijken. Twee volle maanden verlof, één uitgestrekte vakantie waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Het gevoel dat even alles kan en niks echt moet, dat mis ik elk jaar opnieuw.

De eerste week zat ik nog kwijlend voor mijn scherm te kijken naar de eerste vakantiefoto’s die op facebook en instagram passeerden. De zonsondergangen op het strand, de wandelingen in de bergen, de english breakfasts in Spanje, … Een weekje later, zat ik heimelijk te grijnzen bij de foto’s van hopen vuile was en lege reiskoffers. Zij zijn weer thuis en hun vakantie voor dit jaar zit er al op. 

Zo kom ik bij dat andere gevoel dat ieder jaar de kop opsteekt. Elke zomer opnieuw bedenk ik bij mezelf hoe absurd ‘vakantie’ is. Een heel jaar kijken we er met zijn allen naar uit, naar die week of 2 weken dat we massaal uitwijken naar ergens waar het beter is. De meesten vertrekken op dezelfde momenten en staan gezellig samen in lange rijen op de luchthaven of aan de péage op weg naar het zuiden aan te schuiven. Een week later staan we dan weer en masse te wachten aan de andere kant, terug richting thuis, routine, dagelijkse sleur, drukte en stress.

Dat was het dan weer voor dit jaar … maanden naar uitgekeken en hup, het is alweer voorbij. Waarom voelen we in godsnaam de noodzaak om minstens een week op een andere plaats te vertoeven? Zijn we dan zo ongelukkig in ons eigen huis? Ontevreden met ons dagelijks leven?

Ik alvast niet, meestal ben ik héél blij met wat ik thuis heb en kan ik ook écht wel genieten van het leven in mijn eigen tuin. Toch voel ook ik elk jaar de behoefte om twee weken met het gezin weg te trekken naar een plek onder de zon, ons paradijsje in the middle of nowhere.

2543497018_552c9e90-039c-4f9c-8bd2-4b9262c15083

De locatie op zich is minder belangrijk, maar het gaat er voor ons vooral om om even met het gezin alleen te zijn, weg van verplichtingen en verwachtingen. Daar in ons huisje, in het grootste boerengat van Frankrijk. Geen buren, geen familie, geen gedwongen sociaal contact. Alleen wij, onze kinderen én tijd. Tijd voor elkaar, tijd om te puzzelen, verstoppertje te spelen, te lezen en te genieten van elkaar zonder op de klok te hoeven kijken.

Dát is vakantie. Zalig, maar tegelijkertijd absurd. Waarom kan dat gezinsgeluk alleen pieken gedurende die 2 weken in de zomer? Is er dan geen manier om ons thuis ook af te sluiten van de buitenwereld? Hoe ouder de kinderen worden, hoe moeilijker het lijkt. Ze leiden meer en meer hun eigen leven, buiten de grenzen van onze cocon.

Toch kijken ook zij jaar na jaar reikhalzend uit naar die twee weken vakantie met het gezin en hebben ze genoeg aan zichzelf, aan ons en elkaar. Die gedachte maakt me gelukkig en doet me alleen maar meer uitkijken naar wat ons binnen enkele weken te wachten staat. Het vluchtige, het absurde motiveert me alleen maar om er ook dit jaar weer meer en nog bewuster van te genieten.