Column Kleurrijk: Eigen kinderen

Het is moeilijk om iets te schrijven rond het thema van deze Kleurrijk. Ik ben me er erg van bewust dat elke pleegzorgsituatie anders is en niet altijd zo positief uitdraait als de onze.

We hadden al 3 kinderen voor we aan pleegzorg begonnen. Het valt me altijd zwaar om te schrijven of spreken over onze ‘eigen’ kinderen. Het benoemt de situatie in ons gezin zoals het is, maar niet zoals het aanvoelt. En ik heb nu eenmaal de neiging meer met mijn hart te denken dan met mijn verstand.

Ik worstel vaak met de vraag wat het verschil is met onze eigen kinderen. Is er überhaupt een verschil? Gevoelsmatig kan ik daar heel duidelijk in zijn en zeg ik volmondig nee. Ik zie Lou even graag als de andere drie. Maar wanneer ik het rationeler bekijk, is er een verschil. Hij is er soms niet bij op momenten die belangrijk zijn voor ons gezin omdat hij bij zijn ‘eigen’ papa is. Hij wordt dan gemist, maar iedereen heeft er vrede mee. Het is nu eenmaal zijn en onze realiteit. Het kan zo, omdat hij onze pleegzoon is en niet ons ‘eigen’ kind.

Ik ben er zo goed als zeker van dat ook onze kinderen hem beschouwen als hun ‘eigen’ broer. Dat hij als pasgeboren baby in hun leven kwam en bleef, heeft hier natuurlijk veel mee te maken. Hij verstoorde de volgorde niet en sloot probleemloos bij aan in het rijtje. Hijzelf heeft nooit anders geweten dan deel uit te maken van ons gezin. Hij maakt ruzie met de jongste dochter. Hij werkt enorm op de zenuwen van de oudste zoon. Hij wordt rotverwend door de oudste dochter.

Klinkt als een doorsnee gezin, toch?

Nochtans ervaar ikzelf ons gezin niet als doorsnee, maar welk gezin is dat wel? Ok, wij zijn een pleeggezin en dat brengt soms problemen met zich mee. Maar als ik naar nieuw samengestelde gezinnen in onze omgeving kijk, dan merk ik dat het daar ook niet altijd van een leien dakje loopt. Net zo bij eenoudergezinnen. Of standaardgezinnen, wat dat dan ook moge zijn.

Ieder gezin is uniek ongeacht de samenstelling. Mijn ervaring leert me dat de buitenwereld er meer bij stil staat, dan de gezinsleden zelf. We zijn een pleeggezin, maar onze pleegzoon is van bij de geboorte bij ons waardoor we hem beschouwen als onze eigen zoon. Dit is uiteraard anders voor een gezin waar de pleegkinderen er op latere leeftijd bij kwamen. We zijn een gezin met vier kinderen en hebben een manier gevonden om min of meer in vrede samen te leven. Wat werkt voor ons, werkt niet voor een ander. Het maakt allemaal niet uit. Het voelt zoals het voelt. Het is zoals het is.

Column Kleurrijk: Verlies

Schrijven over verlies. Dat was de opdracht voor deze column. Niet makkelijk, geen inspiratie. Maar zoals zo vaak hielp het lot een handje. Helaas, want kort voor de deadline van deze column moesten we, na bijna 10 jaar, afscheid nemen van onze hond Lola. Lola kwam er een maand voor Lou, onverwachts, in ons gezin kwam en uiteindelijk ook bleef. Ze groeiden dus samen op, ondanks de zware allergie die Lou heeft voor honden. En katten. En alle andere dieren met haar.

Wanneer we op vakantie vertrokken, huilde Lou steevast tranen met tuiten omdat we onze hond moesten thuis laten. ‘Wie gaat er nu voor Lola zorgen? Ik ga haar zo missen! Wat als er ondertussen iets met haar gebeurt?’ We kregen hem gelukkig snel getroost, maar het het gemis stak enkele dagen later gegarandeerd weer de kop op. Opmerkelijk was dat vroeger het verdriet om Lola meestal overging in het verdriet om zijn mama die hij niet kent, nooit gekend heeft en toch heel erg mist. Dit is en blijft voor hem een groot verlies.

Al heeft hij de afwezigheid van zijn mama, zo lijkt het, de laatste jaren een plaatsje kunnen geven, we merken dat het een gevoelig thema is, wanneer mijn moeder weer voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Lou is dan altijd boos en weigert afscheid van haar te nemen. Hij vindt het absoluut niet kunnen dat mijn eigen moeder mij zomaar achterlaat. Het is schattig hoe hij het voor mij opneemt en met mij in zit, maar de achterliggende reden van zijn gedrag maakt het allemaal een beetje pijnlijk.

Het einde van het schooljaar ging ook dit jaar gepaard met de nodige traantjes. Afscheid nemen van zijn klas, de juf, zijn vriendjes … het valt hem zwaar. Hij is bang dat ze hem allemaal gaan vergeten en dat het (tijdelijke) verlies van zijn dagelijkse routine iets permanents wordt.

Maar dus, 2 weken geleden gebeurde het ondenkbare. Lola ging dood. Al zagen we het aankomen, het bleef onverwacht. Iedereen hier thuis, van klein tot groot heeft tranen gelaten. Er werd onderling geknuffeld en getroost. Mooi om te zien ook, hoe in momenten van intens verdriet de stevige basis van ons gezin zichtbaar wordt. Hoe ook de kinderen er voor elkaar zijn. Het geeft hoop naar de toekomst toe, want tussen de chaos, de drukte, het gekibbel en gesnauw is het niet altijd duidelijk dat de liefde groot is.

We gaven het verlies een mooi plekje in een hoekje achterin onze tuin. De kinderen timmerden een houten kruis in elkaar en mooie bloemetjes werden geplant en gezaaid. Foto’s van Lola werden bij elkaar gezocht en slingeren nu rond in huis. Het bewijst dat verlies en verdriet best niet weggestopt en genegeerd worden, maar letterlijk en figuurlijk een plaatsje moeten krijgen zodat het niet persé iets negatiefs hoeft te zijn, maar deel kan uitmaken van het leven.

Doel bereikt

Ik lig in bad. Schaamteloos te genieten, te voelen hoe de spanning en de stress van de voorbije week wegspoelt. De geur van vers gebakken wafels, sudderend stoofvlees en versgebakken frietjes drijft tot boven. Een bizarre mengeling die me intens gelukkig maakt.

Ik weet dat men beneden bedrijvig in de weer is, terwijl ik boven lig te weken in de warmte. Ik weet dat ze het me gunnen, dat ze het niet erg vinden, dat contrast. Ik denk dat ze me willen verwennen, dat ze oprecht denken dat ik het verdien. Ik voel me gezien, gewaardeerd en geliefd.

Ik lig in bad en bekijk mijn handen. Rode nagels steken fel af tegen het witte badschuim. Net voor ik in bad ging, heeft mijn oudste dochter mij in de watten gelegd met een manicure met een prachtig resultaat. Dit deed ze tussen het kokkerellen door. Haar lief staat nog in de keuken verse frieten te snijden terwijl het stoofvlees op het vuur staat. De jongste dochter legt de laatste hand aan haar wafels. Ze kreeg het recept gisteren nog van mijn grootmoeder en ging er gelijk mee aan de slag. De oudste zoon zit bij het lief en de jongste bij zijn papa.

Na net genoeg tijd, wordt er op de badkamerdeur geklopt. “Binnen tien minuten is het eten klaar.” Ik rep me uit de kuip en haast me naar beneden. Hongerig, niet alleen naar eten, maar vooral naar het gezelschap van mijn dochters. De tafel is netjes gedekt. De bordjes gevuld. Er wordt gepraat. Écht gepraat. Ik bedenk me wederom dat dit de momenten zijn waaraan ik dacht toen ik kinderen wou.

Dit is zo’n moment waarop je ongeduldig hoopt tijdens die helse eerste kinderjaren, wanneer ze klein zijn, druk zijn en je constante zorg nodig hebben. Ze zijn ouder nu, het zorgende moeder-zijn is grotendeels voorbij. Ik heb meer en meer het gevoel dat ik hen echt iets kan bijbrengen, iets kan leren én dat ze luisteren. Ik bedenk me dat ze me ook begrijpen zonder dat ik iets hoef te zeggen. Zo voelden mijn twee dochters woordenloos aan dat een dagje niks doen, een dagje niet zorgen exact was wat ik nodig had. Het leven loopt hier de laatste tijd niet altijd van een leien dakje. Pleegzorgperikelen en puberhormonen enzo …

En zoals je weet: een moeder kan niet gelukkiger zijn dan haar kind dat het het moeilijkst heeft.

Ik hoop dat ik mijn dochters, door schaamteloos in bad te liggen weken en me ongegeneerd door hen te laten verwennen, leer dat het ok is om tijd voor jezelf te nemen. Dat moe zijn en het beu zijn mag, maar dat je er wel zelf iets moet aan doen. Want hoe geëmancipeerd de buitenwereld ook mag lijken, de vrouw is en blijft de drijvende kracht in het merendeel van de huishoudens.

Ik hoop dat ze weten dat ik ongelooflijk fier op hen ben en apprecieer wat ze allemaal doen. Het zijn zelfstandige juffrouwen geworden die weten wat ze willen en dat ieder op hun manier duidelijk maken. En ja, op een dag als vandaag, besef ik dat ik daar mee heb voor gezorgd. Mission accomplished .

Lang geleden: een moeder met een missie

44

Vierenveertig toertjes rond de zon. Laten we zeggen dat ik halfweg ben. Of toch bijna. 44 overwegend goede jaren. Jaren die beter en beter lijken te worden, maar ook hun sporen hebben nagelaten.

Sporen in mijn hoofd, zoals de ontelbare herinneringen waarvan sommigen haarscherp, maar velen stilaan vervagend.

Sporen op mijn hoofd, zoals de grijze haren die elke 6 à 7 weken weer te voorschijn komen. Dat vind ik niet zo erg, want het zorgt voor een glinstering wanneer de zon schijnt.

Sporen op mijn lijf. Striemen hier en daar door het voldragen van mijn kinderen. Ontelbare littekens die bewijzen dat ik niet bepaald een meisje-meisje was, maar een tomboy die in bomen klom en kattekwaad uithaalde. Bij vele littekens hoort een herinnering die ik koester. Het grootste litteken koester ik, hoewel het mijn buik danig ontsiert, maar het herinnert mij aan een oerkracht die in mij zit en die me, wanneer het nodig is, sterker maakt dan ik ooit dacht te zijn. Langs die lelijke lijn kwam mijn jongste dochter op de wereld. Tot ieders verrassing en opluchting gezond en wel.

Sporen op mijn gezicht. Rimpels die ondanks het smeren niet tegen te houden waren en me getekend hebben voor en door het leven. Het is bevreemdend soms om mezelf in de spiegel te zien, zoveel ouder dan ik me voel, maar wanneer ik dan gekke bekken trek, weet ik waar die diepe lijnen in mijn huid vandaan komen.

De lijnen in mijn voorhoofd vormden zich geleidelijk aan door regelmatig verwonderd te worden door al de mooie dingen en mensen om me heen. Verwondering voor de kleinste dingen. Verbaasd door het leven gaan, elke dag opnieuw, daar blijft een mens jong van. Jong van geest zodat het kleine kind in mij niet verloren gaat.

De diepe rimpels tussen mijn ogen, boven de neus kreeg ik door onophoudelijk en volhardend moeite te doen om sommige mensen te begrijpen. Om te begrijpen waarom mensen doen wat ze doen. Waarom sommige dingen gebeuren. Blijven volhouden om toch maar een beetje begrip te kunnen opbrengen voor die mensen die je soms met verstomming slaan.

De fijne streepjes rond mijn ogen. Ze zijn er omdat ik te vaak te lang heb gewacht om nieuwe, sterkere lenzen te kopen. Omdat ik te lang op het klein schermpje van mijn gsm heb zitten loeren. Of tot kot in de nacht naar de tv. Allemaal fijntjes afgelijnde verloren tijd.

En dan die rond de mondhoeken, die bewijzen dat ik iets te veel gelachen heb in het leven, geglimlacht naar een onbekende die ik voorbij liep op de Netedijk. Die glimlach ging soms niet weg, waardoor die nu op mijn gezicht gebeiteld lijkt, zelfs als ik niet lach. De sporen van puur genot plezier zijn duidelijk aanwezig. Mijn gezicht heeft zich naar mijn geluk gevormd, waardoor lachen tegenwoordig ook minder moeite kost.

De tijd houdt niemand tegen. Dat hoeft voor mij ook niet, want ik ben te benieuwd naar wat de toekomst nog voor mij in petto heeft. Ik ben te gretig om al dat moois in het verschiet niet mee te pikken.

Post quarantaine blues

Het gewone leven herpakt zich steeds meer en meer. De lockdown is voorbij, maar het virus ligt nog op de loer. Het is met tegenzin en zelfs tranen in de ogen dat ik deze week de drie jongsten weer naar school stuurde. Het is nu echt voorbij.

De onbezorgdheid binnen onze cocon, de spontaniteit … het is voorbij. We leefden op het ritme van de zon. Onze gezinsagenda was leeg, HE-LE-MAAL leeg. Het voelde heerlijk om niet steeds een klein hoekje van mijn brein alert te houden zodat geen enkele afspraak van mijn 5 huisgenoten werd gemist. De boog stond niet meer altijd gespannen en dat zorgde voor een ongekende rust in mijn hoofd én lichaam. De kleine irritaties vielen weg. De grote ergernissen krompen tot verwaarloosbare faits divers doordat de ruimte er was om het gedrag van mijn kinderen ook vanuit hun standpunt te bekijken. Er werd minder gesakkerd, amper nog geroepen. Mijn leven draaide alleen nog maar rond hen. Zelfs mijn job verdween naar de achtergrond: er werd gewerkt wanneer het kon en dat was ok.

Eindelijk was ik de moeder die ik altijd wilde zijn. Want in het diepst van mijn gedachten en op de vele momenten dat ik vroeger twijfelde aan mijn capaciteiten als mama, maakte ik mezelf wel eens wijs dat ik geen vrouw ben om 4 kinderen op te voeden. Ik worstelde met de drukte die een groot gezin met zich meebrengt. Ik had te vaak het gevoel mijn kinderen niet te kunnen geven wat ze nodig hebben, wat ze verdienen. Na deze periode ben ik weer overtuigd van het tegendeel. Van een openbaring gesproken … Moederen over een groot gezin is mijn roeping. Het maakt me diep gelukkig. Het is echter de drukke wereld rondom mij die het moeilijk maakt en me doet twijfelen aan mezelf.

Die wereld rondom ons viel de voorbije 11 weken volkomen weg. Geen sociale, even zelfs geen familiale verplichting meer. Geen onnodige verleidingen meer. Het enige wat restte was mijn gezin. Jarenlang dacht ik dat voldoende me-time en qualitytime met mijn wederhelft het enige was dat me wapende tegen de chaos en drukte van een groot gezin. Zonder die tijd voor mezelf kon ik die 4 koters niet aan. Dat dácht ik, want door het wegvallen van alle verplichtingen viel ook de behoefte aan me-time weg. En kwam het besef: het zijn niet mijn kinderen die de energie uit mijn lijf zuigen. Het is de hectische buitenwereld. Het is niet onze kroost die ons huwelijk wel eens op de proef stelt. Het is de druk en het hoge tempo die door de samenleving worden opgelegd.

Het constant hollen van de ene afspraak naar de andere, één oog constant op de klok gericht om op tijd te komen. De latente stress dat dit met zich meebrengt doet ons snakken naar af en toe een weekendje weg zonder kinderen, naar een eigen hobby, een uurtje per week voor mezelf of weet ik wat om weer bij te tanken en het dagelijks leven aan te kunnen.

De voorbije weken werden hier thuis belangrijke lessen en conclusies getrokken. We werden te veel geleefd. We draaiden mee op een tempo dat ik blijkbaar niet aankan en niet meer wil. Al voelde ik met elke versoepeling de druk weer toenemen. Onze gezinsagenda loopt, samen met mijn hoofd, weer aardig vol. Er is geen ontsnappen aan … Het leven wordt hervat en het lijkt alsof we niet anders kunnen dan mee op de kar te springen. Maar is dat ook zo?

Wat gebeurt er als we de kar aan ons laten voorbij gaan? Gaan mijn kinderen minder gelukkig worden van een hobby minder? Of als er af en toe een training of zelfs een schooldag wordt geskipt? Zullen ze mislukken in het leven omdat we de logopedie terugschroeven of zelfs schrappen? Word ik ongelukkiger als ik niet opnieuw ga sporten?

Ik denk dat ik de kar de komende weken toch maar laat passeren, want straks is het alweer zomervakantie. Er ligt nog een zee van tijd voor ons tot september. Tijd die ik ga gebruiken om na te denken over ons ‘nieuwe nu’, ons ‘nieuwe normaal’. Wat kunnen we schrappen? Wat willen we behouden?

Wat maakt ons gelukkig en wat niet?

That’s the question!

Het volmaakte geluk

Volmaakt gelukkig zijn bestaat niet … Of wel?

Ik zou het graag geloven, en soms ontmoet je mensen die inderdaad 24/7 gelukkig lijken te zijn. Ze staan ’s ochtends met de glimlach op en kruipen zo ook weer in bed.

Zulke mensen ken ik. Ik kén ze en weet bijgevolg ook dat ze niet altijd heel gelukkig zijn. Wanneer je mensen beter leert kennen, sta je wel eens versteld van het leed en verdriet waar ze mee te maken hebben en wat er schuil gaat achter die vrolijke gevel.

“Ach, het is overal iets …” , zei ons moemoe zaliger steevast, wanneer ik bij haar op bezoek kwam en mijn hart luchtte. Ik werd er een beetje kregelig van wanneer ze dat dan zei, alsof ze mijn besognes niet serieus genoeg nam. Tegelijkertijd moest ik toegeven dat ze wél een punt had. Het is stil waar het nooit waait …

Tijdens windstille periodes kan ik intens gelukkig zijn, de volmaakte 100%. Maar dan gebeurt er iets binnen in mij waardoor mijn gelukspeil (vaak omgekeerd evenredig met dat van mijn hormonen) één of meer levels zakt. Soms hebben externe factoren een invloed en stort dat gelukzalig gevoel de dieperik in.  Dit zullen dan de ups&downs van het leven zijn die ervoor zorgen dat het volmaakte geluk nooit echt blijft duren.

Gelukkig ben ik nu eenmaal positief ingesteld. Ik heb mijn dipjes, maar geraak er meestal snel weer zelf uit. Ik heb alles om gelukkig te zijn én véél meer. Het feit dat ik dat besef, geeft me al heel wat voorsprong.

Er zijn zeker dingen in mijn leven die het geluk ‘verstoren’. Zo is er de onzekerheid die ons pleegzorgavontuur onvermijdelijk met zich meebrengt. Dit hangt wel eens als een donkere wolk boven ons gezinsgeluk, maar al snel nemen het vertrouwen en de hoop dat alles nog lang blijft zoals het is, steeds weer de bovenhand. Niemand kan op voorhand zeggen hoe de dingen zullen lopen, dus laten we gewoon genieten van het hier en nu zonder ons zorgen te maken over iets dat we zelf niet in de hand hebben.

Ik zie het als het bovenste laagje van de berg geluk waarop we leven dat soms beschadigd wordt, maar de basis – die minstens 100 keer zo groot en stevig is als dat topje – blijft onaangeroerd. Ook al wordt er met de regelmaat van de klok stevig tegenaan gebeukt, het houdt stand zolang we zelf die basis in de watten leggen. En geef nu toe, er bestaan ergere dingen dan je eigen geluk soigneren.

berg

 

 

 

 

 

 

Liefde is een scheet

“Love is like a fart. If you have to force it, it’s probably shit.”

Deze quote blies facebook enkele dagen geleden in mijn gezicht. Een quote die me deed schaterlachen. Eén die me werkelijk op het – ik geef het toe – winderige lijf geschreven is. Ik hoef me daar trouwens niet om te schamen, want iederéén doet het … scheetjes laten. En inderdaad, als je te veel kracht zet, kan er al eens iets meer bij zijn.

Ik stuurde de quote door naar mijn zus, want flatulentie is volgens mij erfelijk. We lachen heel wat af samen en vaak ligt een onschuldig scheetje aan de basis van ons buitensporig plezier. We hebben nu eenmaal niet veel nodig om gelukkig te zijn …

Eens de lachbui voorbij drong de diepere betekenis van de quote door. Een scheetje moet vanzelf komen. Je mag niks forceren. Dat is toch wat ons moemoe altijd zei. De link met de liefde is dan inderdaad snel gemaakt.

Je kan niemand verplichten om lief te hebben, om jou graag te hebben. Je kan al het mogelijke doen om die persoon van het tegendeel te bewijzen, om hem of haar ervan te overtuigen dat je de slechtste niet bent. Maar het risico dat het niets uithaalt en je het deksel weer op de neus krijgt, is meer dan reëel.

Als naïef pubermeisje heb ik me daar wel eens aan bezondigd. Je bent tot over je oren verliefd, maar de gevoelens blijven onbeantwoord. Je probeert dan extra in de kijker te lopen, je van je mooiste kant te laten zien. Soms lukt het. Soms niet, en dat was dan inderdaad shit. Op amoureus vlak zit ik gelukkig al vele jaren op mijn plaats. Hem heb ik lang geleden al omver geblazen met mijn charmes en andere kwaliteiten.

Wat platonische relaties betreft, heb ik doorheen de jaren veel geleerd. Waar ik als kind en tiener graag beste vrienden was met iedereen, hoeft dat nu niet meer zo nodig. Moeten ze me niet, dan maak ik het hen gemakkelijk en blijf ik uit de buurt. Leven en laten leven dus, maar met het nodige respect, van mijn kant althans.

Gaat het niet vanzelf, groeit de vriendschap of genegenheid niet spontaan, dan trek je maar beter snel je conclusies in plaats van, tegen beter weten in, krampachtig je stinkende best te blijven doen..

Liefde is dus een scheet. Het mag een beetje moeite kosten, maar niet te veel.

img_2017

40

Veertig. VEERTIG. Een vier en een nul. 10 keer 4 … Hoe ik het ook draai of keer, het wordt niet minder. Het blijft 40. Gelukkig maar!

Ik geef toe, het voelt anders dan mijn andere verjaardagen. Specialer. Een jaartje erbij, het heeft me nooit veel gedaan. Ik heb er altijd naar uitgekeken, al was het maar voor de cadeautjes. Het hoeft niet veel te zijn, maar elke kleine attentie maakt mij blij.

Dit jaar is het niet anders. Veertig worden schrikt mij niet af. Integendeel!

Nog nooit heb ik me zo goed gevoeld. Nog nooit was ik zo gelukkig als de laatste jaren. Ik voel me véél beter in mijn vel dan toen ik 30 was. Ik ben rustiger, ik heb meer zelfvertrouwen en sta steviger in mijn schoenen. Dat is niet vanzelf gekomen. Doorheen de jaren heb ik hard aan mezelf gewerkt. Ik heb geleerd uit mijn fouten en mezelf bijgestuurd. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen.

Samen met mijn leeftijd komt ook het besef dat ik geen snotaap meer ben die altijd maar ja moet knikken en dingen over zich heen moet laten gaan. Ik ben verdomme een volwassen vrouw met een eigen mening die ik niet langer voor mezelf hoef te houden. Na 40 jaar voel ik me sterk genoeg om voor mezelf en mijn dierbaren op te komen als dat nodig is. Om foert te zeggen tegen alle negativiteit rondom mij die ik kan missen als de pest.

De voorbije veertig jaar heb ik niet alleen veel geleerd over mezelf, maar ook over andere mensen, namelijk dat we voor een groot deel zijn zoals we zijn. Daar is niks mis mee, maar we hoeven elkaar niet persé leuk te vinden. Ik verspil liever geen energie door me druk te maken in anderen, door me te ergeren aan andermans kleine kantjes.

Na veertig jaar vind ik dat ik het recht heb om te kiezen aan wat en aan wie ik mijn kostbare tijd besteed. Na veertig jaar weet ik op wie ik kan rekenen en op wie niet. Ik weet wie echt belangrijk is en wie niet. Ik weet wat ik wil en vooral wat niet.

Wat ík wil vandaag, is twee stukken taart eten en schaamteloos genieten van de aandacht die ik krijg. Vandaag draait het rond mij en daar voel ik mij niet schuldig over. Daar ben ik te oud voor geworden.

images84NTRQRO

 

 

 

 

 

 

Verschil moet er zijn

Ik ben net aangekomen op het werk. Totaal ontspannen, vredig, intens gelukkig. De zon schijnt. Het is half september, maar het voelt nog steeds als zomer. Een gezellig fietstochtje door de velden naar school, de kinderen gedropt en dan langs de mooiste plekjes richting werk. Nog even tijd om snel wat neer te schrijven.

Het leven is mooi …

Nochtans zat ik gisterenavond in zak en as. Toen vond ik mijn leven allesbehalve geweldig. De kinderen van school halen. De oudste zoon op de typles droppen. Met de rest naar huis om in zeven haasten eten te maken. Gezellig samen rond de tafel zat er niet in, want zoonlief moest ook weer opgehaald worden. Het huiswerk moet klaar en de jongste dochter naar de voetbaltraining.

Altijd één oog op de klok gericht …

Het gejaag, het gesakker, het constant achter de veren zitten van de kinderen. Ik vind het niet leuk. Ik word er niet happy van.

Anderzijds denk ik dat zulke tijdelijke dieptepuntjes als gisterenavond nodig zijn om de gelukzaligheid van vanochtend te kunnen ervaren. Extreme drukte versus complete rust.

Verschil moet er zijn …

Intens genieten van een frietje van de frituur,  maar een paar dagen later de benen onder een mooi gedekte tafel schuiven voor een gastronomisch diner. Gaan kamperen en slecht slapen op een dun matrasje om des te meer te beseffen hoe zalig ons bedje thuis is. Om nog meer te genieten van een vakantiehuisje met alles erop en eraan. Een snikhete zomer met lome dagen en slapeloze nachten doet me nu nog meer genieten van de frisse nazomerochtenden en koele avonden waarbij aarzelend het dunste dekentje weer over de benen getrokken wordt.

Het ene vult het andere aan. Ying en yang. Plus en min. Het maakt ons leven compleet.

Ik dwing mezelf te beseffen dat de mindere momentjes passeren. Ik wil de dieptepuntjes relativeren en intens genieten van de hoogtepunten, want ik weet dat ook die niet blijven duren. Dit alles maakt volgens mij ons geluk grijpbaar en intenser.

Het zit overal, maar je moet het zien en er soms zelfs naar op zoek gaan. Het is niet evident. Wanneer er amper tijd is om te ademen, is er ook geen ruimte om dat lichtpuntje geluk te zien. Het gaat zo vaak aan ons voorbij.

Daarom … lééf, lach, geniet, baal, huil, vloek, … het hoort er allemaal bij!

geluk zeepbel