Familie Flodder

Mijn huis is soms één grote rommelhoop. Vind ik dat erg? Meestal niet. Krijg ik daar stress van? Soms wel. Stoor ik mij daaraan? Helaas niet genoeg.

Ik benijd andere vrouwen met kinderen waarvan het huis altijd op orde is, zélfs wanneer ik onverwachts binnenval. Hoe doen die dat in godsnaam? Hossen zij dan constant achter hun kroost aan om de achtergebleven speeltjes netjes weg te stoppen?

Evenzeer benijd ik vrouwen waarvan het huis nóg rommeliger lijkt dan het mijne, zélfs wanneer ik op een afgesproken tijdstip binnenwip. Ik wou dat ik ook die nonchalance had, dat ik niet tegen honderd per uur en als een kip zonder kop door het huis raas, een half uur voor er bezoek komt. Ik wou dat ik niet door de grond zak van schaamte telkens er iemand onaangekondigd langskomt en ze zich een weg moeten banen door het speelgoed en pas kunnen gaan zitten wanneer alle rommel die in de zetel ligt opzij wordt geschoven.

Het ergst schaam ik mij wanneer het bezoek langs de garage binnenkomt. Dat privilege is voorbehouden aan mensen die we heel goed kennen en waarvan ik het gevoel heb dat zij het wel begrijpen dat je met 4 kinderen niet altijd alles mooi aan de kant kan hebben. Meestal is de garagedeur los, maar wanneer we bepaald bezoek verwachten gaat die toegang onverbiddelijk op slot. Het zit namelijk zo dat onze garage alleen maar dienst doet als extra opslagruimte. Een auto heeft daar nog nooit in gestaan wegens plaatsgebrek. Alleen maar fietsen, steps, grasmachine, tuingereedschap, versleten speelgoed, 2 wasrekjes, glasbak, oud papier, oude meubelen, kapotte apparaten, vuilniszakken, schoenen, …

Na de garage moeten de bezoekers onze berging nog door om onze keuken en woonkamer te bereiken. Deze bufferzone is meestal een slagveld van vuile was. Zes mensen maken al wel wat vuil en nooit zijn er genoeg wasmanden. Die staan waarschijnlijk boven volgeladen met gestreken was te wachten om leeggemaakt te worden. Meestal ligt de vloer dan ook bezaaid met vuile kleren die liggen te wachten om per kleur gesorteerd te worden.

Wanneer alles echter netjes gepland is en het bezoek langs de voordeur binnenkomt, zijn die vervloekte garage en berging een zegen. Er kan altijd nog wel wat rommel bij. Alles wat al dagen onterecht op het keukenaanrecht of boven op de koelkast ligt, verdwijnt dan in één beweging in de berging of in de garage. Ik ben dan ook getraind in het oprommelen. Het is een rekbaar begrip: wanneer het snel moet gaan betekent het niet meer dan de rommel naar een andere ruimte verhuizen. Het echte oprommelen doe ik later wel.

ma-flodderGelukkig komen die momenten waarop ik me Ma Flodder voel niet zó vaak voor. Niet omdat de rommel weg is, maar omdat ik me er niet al te druk in kan maken. Ik ben al blij als onze ‘leefruimtes’ aanvaardbaar zijn, weliswaar aanvaardbaar volgens mijn normen. Dat is mijn redding, dat mijn normen niet dezelfde zijn als die van die andere moeder wiens huis altijd spic en span is omdat ze ’s avonds wanneer Temptation Island begint nog met haar stofzuiger en dweil in de weer is, terwijl ik me zonder schuldgevoel in de zetel nestel, helemaal klaar voor mijn guilty pleasure.

Maar … als de volgende dag mijn pa, veruit de rommeligste man die ik ken, langs de garage binnenkomt en na het aanschouwen van onze berging zegt ‘Hier wordt precies geleefd!’ dan weet ik dat het hoog tijd is om in actie te schieten en mijn zetel de komende avonden te laten voor wat hij is.

messyhouse

Zal ik of zal ik niet?

Van kinds af aan heb ik geschreven, dagboeken vol, van in de lagere school tot in het middelbaar. Zelfs als jongvolwassen vrouw lag er altijd wel een notitieschriftje naast mijn bed. Bij elke zwangerschap hield ik een dagboek bij waarin ik de eerste levensjaren bleef schrijven. Ik mag hopen dat mijn kinderen me later toch een beetje dankbaar zijn om die (vaak nachtelijke) uren van schriftelijke arbeid.

image.jpeg

Schrijven is mijn manier om orde te scheppen in de chaos in mijn hoofd. Ik ben een goede slaper, meestal kruip ik in bed en slaap ik nog voor mijn hoofd het kussen raakt. Toch zijn er af en toe nachten dat ik wakker lig, dat ik me zorgen maak over de meest idiote dingen, dat alle worst case scenario’s de revue passeren. Dan denk ik aan niks en aan honderd dingen tegelijk. Pure chaos in mijn hoofd.

Dan weet ik dat er van slapen niet veel in huis komt en dan sta ik op. Ik sta op om te schrijven. Soms zet ik mij aan de computer. Soms neem ik pen en papier en zet ik me op een krukje in de badkamer tegen de warme chauffage. Uren schrijf ik dan om letterlijk alles op een rijtje te zetten, om orde te scheppen in de verwarrende chaos in mijn hoofd. Na zo’n slapeloze nacht ben ik dan doodmoe, maar tegelijkertijd voel ik me veel beter dan de dag voordien. Dan is mijn hoofd helder en alles weer duidelijk.

Ik schrijf graag en dat is mijn belangrijkste reden om te bloggen. Maar schrijf ik ook goed genoeg? Wie zit er in godsnaam te wachten op mijn hersenspinsels? Waarover moet ik schrijven? Wil ik ons leven wel zo openbaar maken? Is het überhaupt wel interessant genoeg om over te schrijven en vooral om gelezen te worden?

Eerlijk gezegd heb ik meer redenen om niet te bloggen dan motieven om het wel te doen. En toch waag ik de sprong. 2017 wordt voor mij het jaar van zelfontplooiing, van werken aan mezelf en meer tijd nemen voor mezelf. Bloggen zal daar hopelijk een belangrijke rol in spelen.

Ik zie het als een excuus om eindelijk al die veranderingen door te voeren waar ik al jaren over denk. Een manier om ons saaie leven een beetje interessanter te maken, nieuwe dingen te proberen zodat ik er kan over schrijven. Een extra motivatie om de voornemens voor het nieuwe jaar vol te houden.

Mijn blog gaat op 31/12 om middernacht echt van start. Een nieuw jaar, een nieuw begin van een spannend avontuur. Daar klink ik op!

image

Instagram: liesscheers