Week van de Pleegzorg: dag 6

Pleegzorg is gratis gezinstherapie.

De voorbije dagen heb ik het al vaak gehad over de ouders die je er willens nillens bij krijgt. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. In ons geval verloopt het contact heel vlot en met wederzijds respect.

Wie je er nog zomaar bij krijgt is de pleegzorgbegeleider/ster. In ons geval een toffe, vooral heel gedreven jongedame die geregeld op bezoek komt om het over Laurens te hebben. Het zijn altijd gezellige babbels, hoewel ik er soms een beetje tegenop zie, want het moet weer ingepland worden en het is niet altijd makkelijk om met de vier kinderen erbij een rustig gesprek te voeren. Toch heb ik na elk gesprek steeds weer een goed gevoel.

Je wordt verplicht om kritisch na te denken over je eigen gezinsleven, over hoe het gaat. Meer nog, je moet er over práten. Zo worden er soms pijnpunten binnen het gezin blootgelegd waar ik niet van wist dat ze er waren. Er wordt naar oplossingen gezocht indien nodig. Of je kan gewoon je ei kwijt. Het is eigenlijk free counseling, gratis therapie.

Het is geruststellend om te weten dat er een heel team van hulpverleners ter beschikking staat. Voorlopig is hij zich nog niet bewust van zijn complexe situatie: wij zijn zijn mama en papa. Hij heeft twee zussen en een broer. Om de twee weken gaat hij slapen bij zijn andere papa. Zo is het nu eenmaal, hij weet niet anders. Zodra hij zich vragen begint te stellen en onze antwoorden misschien niet meer volstaan, kunnen we bij Pleegzorg terecht om het van ons over te nemen.

Je staat er dus niet alleen voor als pleeggezin. Niet elke plaatsing is een succesverhaal, maar je wordt intensief begeleid en hulp is voorhanden indien nodig.

Week van de Pleegzorg: dag 5 – Lang leve Lau!

Pleegzorg is extra blij zijn met elke verjaardag.

Vier jaar geleden kwam onze jongste ter wereld. Het blijft een raar idee dat we er die dag niet bij waren. Hij kwam pas  een maand later in ons leven, toen we als crisisgezin van Pleegzorg de vraag kregen of we een pasgeboren jongetje met de naam Laurens wilden opvangen. Twee dagen later gingen we hem halen in de couveuseafdeling van de materniteit.

Zijn moeder zette hem vier weken voordien op de wereld. Hoe hard ze ook probeerde, het lukte haar niet om hem in haar hart te sluiten. Ze vertrok uit het ziekenhuis zonder haar zoontje. Pleegzorg werd ingeschakeld en zo kruisten onze paden.

Je kan haar verwijten dat ze haar kind in de steek liet.  Je vindt haar ongetwijfeld een slechte moeder.Je mag haar beslissing onbegrijpelijk en onmenselijk noemen. Misschien is dat allemaal een beetje waar, maar ik weet ook dat ze die beslissing uit liefde heeft genomen.

Het is dankzij haar beslissing dat wij vandaag feest vieren. Vier jaar wordt hij, bijna vier jaar bij ons. Het is en blijft dubbel, maar zolang hij zichzelf niet bewust is van die beladenheid, geven wij er een lap op.

We zien hem graag en hoewel ik hem niet zelf op de wereld zette, zijn we enorm dankbaar dat hij hier bij ons is.

Lau, kleine man, een gelukkige verjaardag! Dat we nog vele verjaardagen samen mogen vieren.

Week van de Pleegzorg: dag 4

Pleegzorg is een bron van geluk.

Hoewel er soms ook zorgen en verdriet aan te pas komen, denk ik dat we, door pleeggezin te worden, gelukkiger zijn. Dat waren we daarvoor ook al en dankbaar voor dat geluk, wilden we iets teruggeven. Daar had ik het gisteren nog over.

Door zelf te beseffen dat je het goed hebt, heb je sowieso volgens mij al een streepje voor wat ‘gelukkig zijn’ betreft. Wanneer je dan door Pleegzorg in contact komt met mensen van allerlei pluimage die het duidelijk veel minder goed en moeilijker hebben, dan besef je des te meer hoe gelukkig je jezelf mag prijzen. Je wordt regelmatig met de neus op je eigen geluk gedrukt.

Het is onbegonnen werk om op te noemen welke kleine en grote dingen dagelijks voor geluk zorgen. Een heel concreet voorbeeld wil ik toch nog even delen. We vingen in 2015 als crisisgezin een jongetje op van 16 maanden. Hij was verwaarloosd waardoor hij niet méér kon dan liggen en zitten. Tijdens de twee maanden dat hij bij ons was, zette hij zijn eerste stapjes, brabbelde zijn eerste woordjes en bloeide helemaal open door de aandacht die hij van ons en de kinderen kreeg. Dát maakte mij gelukkig!

img_7794-1

Week van de Pleegzorg: dag 3

Pleegzorg is een goede daad.

We hebben o.a. voor Pleegzorg gekozen omdat we iets ‘terug wilden doen’. We hebben het goed, komen niets tekort. Daar zijn we ons heel bewust van, van dat én van het feit dat dit niet voor iedereen zo is. Mensen helpen die het minder goed hebben dan ons, dat was ons vertrekpunt.

Pleegzorg is een engagement. Je geeft een kind (tijdelijk) een thuis en neemt alles wat erbij komt kijken erbij. Stelt het kind moeilijk gedrag omdat het getraumatiseerd is, dan moet je daar mee leren omgaan. Word je op de rechtbank of bij jeugdzorg verwacht, dan neem je verlof en sta je daar. Staat er een bezoek op het programma, dan pas je je agenda aan.

Zelf staan we er niet zo bij stil en het voelt voor ons ondertussen allemaal heel normaal, maar de meeste mensen rondom ons ervaren het als iets heel bijzonders. Ze hebben bewondering voor wat we doen. De reacties op mijn blogpostjes over pleegzorg, de complimentjes van vrienden of wildvreemden waarmee we over pleegzorg praten, … we moeten daar niet flauw over doen, het doet deugd. Het geeft ons energie en op moeilijke momenten de moed om er toch voor te blijven gaan.

Pleegzorg is een goede daad, net zoals een bedelaar op straat klein geld toestoppen of deelnemen aan een zwerfvuilactie, je steentje bijdragen tijdens de Warmste Week,  vrijwilligerswerk doen, bloedgeven, Plan Ouder worden, een brief schrijven voor Amnesty International … Kortom, je belangeloos voor iets of iemand inzetten. Iets goed doen, hoe klein ook, geeft je een goed gevoel. Daar doen we het voor!

Week van de Pleegzorg: dag 2

Pleegzorg is het ouderschap delen: een zwaard dat aan twee kanten snijdt.

Een pleegkind komt niet alleen. Er horen ouders bij. Ze zien elkaar graag. Ze hebben een band. Dit is het grote verschil met adoptie.

Het is en blijft de bedoeling dat het pleegkind terugkeert naar zijn natuurlijke ouders. Dit betekent afscheid nemen na een korte of lange periode van zorgen voor, wennen aan elkaar, een band opbouwen, en wie weet … misschien zelfs graag zien.

Met die terugkeer naar de ouders in gedachte, zijn er meestal ook bezoeken, contactmomenten tussen kind en ouders. Hier moet je als pleeggezin rekening mee houden, het moet ingepland worden. Niet altijd evident, niet altijd even leuk, maar het hoort er nu eenmaal bij. Het is elke keer een beetje loslaten, het doet elke keer een beetje pijn. Anderzijds brengt het in ons geval ook een beetje rust, tijd om even op adem te komen, om meer tijd te schenken aan de rest van het gezin en dingen te doen die, gezien de leeftijd, moeilijker zijn met hem erbij.

Je kan en mag de zorg en verantwoordelijkheid even doorschuiven naar iemand anders. Meer nog: het móet! Hier heb je als ouder sowieso af en toe behoefte aan, ook met je eigen kinderen. Een uitstapje met de tante of logeerpartijtje bij de grootouders ontlast en, laten we eerlijk zijn, is altijd welgekomen. Bij pleegzorg wordt dit allemaal van tevoren geregeld. Je kan er dan maar beter het beste van maken.

En om met een vrolijke noot af te sluiten: wanneer ons ventje dat nogal vinnig, impulsief en snel is, kattenkwaad uitsteekt en voor bedenkelijke blikken zorgt bij omstaanders durven we best even denken dat hij dát toch niet van ons heeft 🤷‍♀️.

Week van de Pleegzorg: dag 1

Vandaag start de Week van de Pleegzorg (van 9 tot 18 november). Als pleeggezin zijn we dagelijks getuige van wat Pleegzorg kan betekenen in het leven van een kind. We hadden de eer een aantal kinderen tijdelijk een thuis te geven. Elke keer opnieuw was het een zeer leerrijke en positieve ervaring.

Week pleegzorg 2018

Wij zijn alleen maar enthousiast. De meeste mensen rondom ons ook, maar zelf de stap zetten en het pleegzorgavontuur aangaan lijkt een brug te ver. Dat begrijp ik ook, het is niet niks, het vraagt een inspanning van het hele gezin en van je omgeving. Maar, neem het van mij aan, je krijgt er zó veel voor terug.

Pleegzorg blijft, ondanks alle campagnes en activiteiten, een grote onbekende. Het blijft me verbazen hoeveel mensen nog steeds niet weten wat Pleegzorg is. Heel graag zou ik daar verandering in brengen. Daar móet verandering in komen.

Dat is ook waarom ik op mijn blog af en toe vertel over ons leven als pleeggezin. Dat is waarom ik op facebook en instagram alle posts van Pleegzorg Vlaanderen consequent like en deel.

Dat is ook waarom ik tijdens deze Week van de Pleegzorg elke dag een blogpostje zal schrijven met daarin telkens een goede reden om je kans als pleeggezin te wagen. Dat ik mijn lezers daarmee kan overtuigen om naar een info-avond te gaan of al was het maar een kijkje te nemen op de website van Pleegzorg Vlaanderen, zou mooi meegenomen zijn. Maar hé, voel je niet verplicht en geniet gewoon van mijn verhaaltje.

Pleegzorg is een verruiming van je eigen leefwereld.

De wereld ligt aan onze voeten. We kunnen overal naartoe, alle kennis ligt binnen handbereik, met één muisklik wordt onze wereld oneindig groot. Toch blijft onze leefwereld vaak heel klein. We hebben vrienden, kennissen, collega’s waar we mee omgaan. Doorgaans zijn dat mensen die op dezelfde lijn zitten, veelal hetzelfde denken over de meeste dingen. Het is aangenaam om in die beperkte kring te vertoeven. Het is bekend, vertrouwd, het voelt veilig.

Toch kan het interessant zijn, bevrijdend zelfs om je leefwereld een beetje te verruimen door nieuwe dingen te proberen: een opleiding volgen, van job veranderen, een andere dan je stamkroeg binnenstappen, nieuwe mensen met andere verhalen leren kennen.

Door Pleegzorg is er voor ons een hele andere wereld opengegaan. Een wereld die niet altijd even mooi is, waar we liever zo min mogelijk mee te maken hebben. Je vangt een kind op en leert noodgedwongen zijn of haar ouders kennen. Het zijn mensen, zoals jij en ik, met een eigen verhaal. Een drama, een thriller, … nooit een komedie.

Mijn man heeft er absoluut geen behoefte aan om de ouders te leren kennen. Hoe minder hij weet, hoe neutraler hij zich kan opstellen tegenover het kind, hoe makkelijker het voor hem is om het kind een tijdje gewoon graag te zien.

Ik daarentegen ben wat nieuwsgieriger van aard en heb het net nodig om min of meer te weten wat er schuilgaat achter de situatie. Hoe moeilijk ook, ik probeerde steeds onbevooroordeeld naar hen te luisteren. Het heeft me geleerd dat álle ouders die we leerden kennen hun kinderen écht graag zien en oprecht het beste voor hen willen, maar door omstandigheden lukt het hen niet. Allemaal worden ze verteerd door schuldgevoel. Ze zijn boos op ‘het systeem’ dat hun kinderen afpakte, op Pleegzorg, op de consulente van Jeugdzorg, op iedereen … maar vooral op zichzelf.

Ik verwachtte dat die boosheid ook tegen ons zou gericht zijn, maar niets is minder waar. Ondanks al die negatieve emoties, waren ze steeds dankbaar. Dankbaar dat hun kind bij ons terecht kon, dat wij dit voor hen wilden doen. Dat op zich vind ik al heel wat: ondanks de boosheid en verdriet om het  verlies van je kind, toch nog die dankbaarheid kunnen opbrengen en zelfs heel expliciet uiten. Respect!

Verslaving, financiële problemen, gezondheids- of mentale problemen, … er zijn heel wat redenen die een mens het noorden doen verliezen. Zelf hebben we een achterban die het even van ons kan overnemen, maar lang niet iedereen heeft die luxe. Ze staan er alleen voor, wat minder stevig in hun schoenen en dan loopt het al eens mis. Daar moeten we begrip voor opbrengen én ervoor zorgen dat ook die mensen, maar vooral hun kinderen ergens terecht kunnen.

open mind open heart

 

 

 

Lang leve Josefien

Bij ons beginnen de feestdagen al in oktober. Dan is Josefien jarig. Vanaf dan volgen de verjaardagen elkaar in sneltempo op. Een echte feestmarathon die pas eindigt op 1 januari.

We beginnen dus met Josefien.

Zij werd dit weekend in de bloemetjes gezet. Uitgebreid. Eerst met de vriendjes van de klas. Dan met de familie. We vieren graag. Dat had je misschien al wel door.

Tussen alle feestvreugde door staan we toch ook altijd even stil bij hoe het destijds, nu acht jaar geleden allemaal verliep. Turbulent, traumatisch, emotioneel … Kortom, het was miserie. Die miserie begon al heel vroeg in de zwangerschap, bij de eerste bloedafname.

‘Proficiat, u bent zwanger, maar … ‘

‘Maar wat?’

‘Je bent besmet met toxoplasmose. We starten direct met medicatie om de kans op besmetting van het vruchtje te beperken. 6 tabletten antibiotica per dag en dat tot we een vruchtwaterpunctie kunnen doen om zo vast te stellen of het vruchtje ‘beschadigd’ is of niet.’

Een beetje van slag, uit het lood geslagen, maar de angst slaat pas echt toe wanneer je begint te googlen en je alle mogelijke worstcasescenario’s voorgeschoteld krijgt. Hoe vroeger in de zwangerschap, hoe meer kans op besmetting en schade aan de foetus. Ernstige afwijkingen, mentale achterstand, oogproblemen, blindheid …

De kans was er dat dat baby’tje in mijn buik niet gezond ging zijn, een leven lang veel zorgen zou nodig hebben. Dan denk je als moeder in de eerste plaats aan die andere twee kleintjes die thuis rondlopen, aan de impact op hen, op ons gezin. Kunnen we dat wel aan? Zijn we als gezin sterk genoeg? Willen we het onze andere kinderen aandoen?

Diep vanbinnen dachten we allebei hetzelfde. Neen! En eerlijk, hadden we toen een gynaecoloog gehad die niet verbonden was aan een ‘katholiek’ ziekenhuis en een ethische commissie, dan hadden we de zwangerschap afgebroken. Daar voelen we ons nu nog schuldig over.

Soms, wanneer we haar samen gadeslaan, kijken we naar elkaar en zeggen heel stilletjes: stel je voor dat we toen … Maar toen, toen was er gelukkig Dokter Persyn Junior die ons probeerde gerust te stellen en alles van heel dichtbij opvolgde.

Maar toch, het was ongetwijfeld de donkerste en zwaarste periode uit mijn leven. Door de reële kans dat het niet goed zou komen, vertelden we niemand dat ik zwanger was. Zelfs thuis werd er niet over gepraat. Mijn buik groeide ook niet. Ik durfde niet blij te zijn. Ik voelde me niet zwanger. Alleen maar … slecht.

We overleefden de eerste helft van de zwangerschap en konden de verlossende vruchtwaterpunctie laten doen. Verlossend inderdaad, want er waren geen tekenen van een acute infectie van de foetus. Geen schade aan de oogjes, de hersentjes leken ok.

‘Je mag stoppen met de antibiotica, mevrouw. Het ziet er op het eerste zicht goed uit. 100% zekerheid is er echter nooit.’

Geen 6 pillen meer per dag. Voor de eerste keer in 5 maanden een beetje gerust gesteld en voorzichtig blij. We vertelden onze familie eindelijk het heuglijke nieuws en vanaf toen haalde mijn buik op een wonderbaarlijke wijze zijn schade in. Op een week tijd was ik 5 maanden zwanger.

Beetje bij beetje lukte het de knop in mijn hoofd om te draaien en begon het genieten. Toch bleef er een stemmetje in mijn hoofd zitten dat me steeds opnieuw met de voeten op de grond zette. Niet té blij zijn, er zal nog wel iets mislopen, deze zwangerschap is gedoemd van in het begin.

Het leek ook zo toen ik begin september op weg van school naar huis de auto in de prak reed. Perte totale, dus de schok was enorm. Weer angst om dat baby’tje in de buik. Gelukkig stelde Persyn Senior ons gerust na een grondig onderzoek en een paar uurtjes aan de monitor. Eind goed al goed. Voorlopig …

’s Ochtends vroeg 14 oktober 2010, een maandje te snel. Kleine broer moest naar toilet. Ik hef hem op de pot en voel een warme gloed langs mijn benen. Oeps, ik denk dat mijn water gebroken is. Wanneer ik kijk, zie ik bloed, allemaal bloed. Veel te veel om me geen zorgen te maken.

Ambulance, paniek, geen beweging meer in de buik, nog meer paniek, pure angst. Een grote zus die enthousiast roept dat het broertje of zusje eraan komt. Een kleine Jef die zich voorzichtig tegen mij aan vlijt en stille traantjes weent.

In het ziekenhuis halen ze een echoapparaat en zoeken de hartslag van de baby. Tevergeefs. Dan beginnen de tranen voor de eerste keer te stromen en wel honderd keer zeg ik tegen mijn man ‘Ik heb het toch gezegd dat het nog fout ging lopen. Ik wist het. Het is dood. Het is gedaan.’

De tranen blijven komen, maar tegelijkertijd ontspant mijn lichaam zich eindelijk en plots beweegt mijn buik. Iedereen schiet recht en krijgt weer hoop. Er wordt een ander echoapparaat gezocht en dat vindt zonder veel moeite een vrolijke hartslag. Het mooiste geluid dat ik ooit te horen kreeg.

Het vorige apparaat bleek kapot te zijn.

De gynaecoloog die er ondertussen bijgekomen was, besloot een spoedkeizersnede te doen en een paar uur later kon ik mijn dochtertje in de couveuse gaan bewonderen. Kerngezond was ze.

Ik wou dat ik kon zeggen dat ik daarmee de voorbije acht maanden op slag vergeten was, maar dat is niet zo. Acht maanden in spanning leven hakt er in en tot op vandaag krijg ik kippenvel wanneer ik erover praat.

Ook tijdens het schrijven moet ik af en toe de tranen bedwingen, maar hé, er loopt hier wel een pracht van een meid rond die elke dag ons leven zoveel mooier maakt.

Stel je voor dat we toen …

Côte d'Azur 014