Week van de Pleegzorg: dag 1

Vandaag start de Week van de Pleegzorg (van 9 tot 18 november). Als pleeggezin zijn we dagelijks getuige van wat Pleegzorg kan betekenen in het leven van een kind. We hadden de eer een aantal kinderen tijdelijk een thuis te geven. Elke keer opnieuw was het een zeer leerrijke en positieve ervaring.

Week pleegzorg 2018

Wij zijn alleen maar enthousiast. De meeste mensen rondom ons ook, maar zelf de stap zetten en het pleegzorgavontuur aangaan lijkt een brug te ver. Dat begrijp ik ook, het is niet niks, het vraagt een inspanning van het hele gezin en van je omgeving. Maar, neem het van mij aan, je krijgt er zó veel voor terug.

Pleegzorg blijft, ondanks alle campagnes en activiteiten, een grote onbekende. Het blijft me verbazen hoeveel mensen nog steeds niet weten wat Pleegzorg is. Heel graag zou ik daar verandering in brengen. Daar móet verandering in komen.

Dat is ook waarom ik op mijn blog af en toe vertel over ons leven als pleeggezin. Dat is waarom ik op facebook en instagram alle posts van Pleegzorg Vlaanderen consequent like en deel.

Dat is ook waarom ik tijdens deze Week van de Pleegzorg elke dag een blogpostje zal schrijven met daarin telkens een goede reden om je kans als pleeggezin te wagen. Dat ik mijn lezers daarmee kan overtuigen om naar een info-avond te gaan of al was het maar een kijkje te nemen op de website van Pleegzorg Vlaanderen, zou mooi meegenomen zijn. Maar hé, voel je niet verplicht en geniet gewoon van mijn verhaaltje.

Pleegzorg is een verruiming van je eigen leefwereld.

De wereld ligt aan onze voeten. We kunnen overal naartoe, alle kennis ligt binnen handbereik, met één muisklik wordt onze wereld oneindig groot. Toch blijft onze leefwereld vaak heel klein. We hebben vrienden, kennissen, collega’s waar we mee omgaan. Doorgaans zijn dat mensen die op dezelfde lijn zitten, veelal hetzelfde denken over de meeste dingen. Het is aangenaam om in die beperkte kring te vertoeven. Het is bekend, vertrouwd, het voelt veilig.

Toch kan het interessant zijn, bevrijdend zelfs om je leefwereld een beetje te verruimen door nieuwe dingen te proberen: een opleiding volgen, van job veranderen, een andere dan je stamkroeg binnenstappen, nieuwe mensen met andere verhalen leren kennen.

Door Pleegzorg is er voor ons een hele andere wereld opengegaan. Een wereld die niet altijd even mooi is, waar we liever zo min mogelijk mee te maken hebben. Je vangt een kind op en leert noodgedwongen zijn of haar ouders kennen. Het zijn mensen, zoals jij en ik, met een eigen verhaal. Een drama, een thriller, … nooit een komedie.

Mijn man heeft er absoluut geen behoefte aan om de ouders te leren kennen. Hoe minder hij weet, hoe neutraler hij zich kan opstellen tegenover het kind, hoe makkelijker het voor hem is om het kind een tijdje gewoon graag te zien.

Ik daarentegen ben wat nieuwsgieriger van aard en heb het net nodig om min of meer te weten wat er schuilgaat achter de situatie. Hoe moeilijk ook, ik probeerde steeds onbevooroordeeld naar hen te luisteren. Het heeft me geleerd dat álle ouders die we leerden kennen hun kinderen écht graag zien en oprecht het beste voor hen willen, maar door omstandigheden lukt het hen niet. Allemaal worden ze verteerd door schuldgevoel. Ze zijn boos op ‘het systeem’ dat hun kinderen afpakte, op Pleegzorg, op de consulente van Jeugdzorg, op iedereen … maar vooral op zichzelf.

Ik verwachtte dat die boosheid ook tegen ons zou gericht zijn, maar niets is minder waar. Ondanks al die negatieve emoties, waren ze steeds dankbaar. Dankbaar dat hun kind bij ons terecht kon, dat wij dit voor hen wilden doen. Dat op zich vind ik al heel wat: ondanks de boosheid en verdriet om het  verlies van je kind, toch nog die dankbaarheid kunnen opbrengen en zelfs heel expliciet uiten. Respect!

Verslaving, financiële problemen, gezondheids- of mentale problemen, … er zijn heel wat redenen die een mens het noorden doen verliezen. Zelf hebben we een achterban die het even van ons kan overnemen, maar lang niet iedereen heeft die luxe. Ze staan er alleen voor, wat minder stevig in hun schoenen en dan loopt het al eens mis. Daar moeten we begrip voor opbrengen én ervoor zorgen dat ook die mensen, maar vooral hun kinderen ergens terecht kunnen.

open mind open heart

 

 

 

Lang leve Josefien

Bij ons beginnen de feestdagen al in oktober. Dan is Josefien jarig. Vanaf dan volgen de verjaardagen elkaar in sneltempo op. Een echte feestmarathon die pas eindigt op 1 januari.

We beginnen dus met Josefien.

Zij werd dit weekend in de bloemetjes gezet. Uitgebreid. Eerst met de vriendjes van de klas. Dan met de familie. We vieren graag. Dat had je misschien al wel door.

Tussen alle feestvreugde door staan we toch ook altijd even stil bij hoe het destijds, nu acht jaar geleden allemaal verliep. Turbulent, traumatisch, emotioneel … Kortom, het was miserie. Die miserie begon al heel vroeg in de zwangerschap, bij de eerste bloedafname.

‘Proficiat, u bent zwanger, maar … ‘

‘Maar wat?’

‘Je bent besmet met toxoplasmose. We starten direct met medicatie om de kans op besmetting van het vruchtje te beperken. 6 tabletten antibiotica per dag en dat tot we een vruchtwaterpunctie kunnen doen om zo vast te stellen of het vruchtje ‘beschadigd’ is of niet.’

Een beetje van slag, uit het lood geslagen, maar de angst slaat pas echt toe wanneer je begint te googlen en je alle mogelijke worstcasescenario’s voorgeschoteld krijgt. Hoe vroeger in de zwangerschap, hoe meer kans op besmetting en schade aan de foetus. Ernstige afwijkingen, mentale achterstand, oogproblemen, blindheid …

De kans was er dat dat baby’tje in mijn buik niet gezond ging zijn, een leven lang veel zorgen zou nodig hebben. Dan denk je als moeder in de eerste plaats aan die andere twee kleintjes die thuis rondlopen, aan de impact op hen, op ons gezin. Kunnen we dat wel aan? Zijn we als gezin sterk genoeg? Willen we het onze andere kinderen aandoen?

Diep vanbinnen dachten we allebei hetzelfde. Neen! En eerlijk, hadden we toen een gynaecoloog gehad die niet verbonden was aan een ‘katholiek’ ziekenhuis en een ethische commissie, dan hadden we de zwangerschap afgebroken. Daar voelen we ons nu nog schuldig over.

Soms, wanneer we haar samen gadeslaan, kijken we naar elkaar en zeggen heel stilletjes: stel je voor dat we toen … Maar toen, toen was er gelukkig Dokter Persyn Junior die ons probeerde gerust te stellen en alles van heel dichtbij opvolgde.

Maar toch, het was ongetwijfeld de donkerste en zwaarste periode uit mijn leven. Door de reële kans dat het niet goed zou komen, vertelden we niemand dat ik zwanger was. Zelfs thuis werd er niet over gepraat. Mijn buik groeide ook niet. Ik durfde niet blij te zijn. Ik voelde me niet zwanger. Alleen maar … slecht.

We overleefden de eerste helft van de zwangerschap en konden de verlossende vruchtwaterpunctie laten doen. Verlossend inderdaad, want er waren geen tekenen van een acute infectie van de foetus. Geen schade aan de oogjes, de hersentjes leken ok.

‘Je mag stoppen met de antibiotica, mevrouw. Het ziet er op het eerste zicht goed uit. 100% zekerheid is er echter nooit.’

Geen 6 pillen meer per dag. Voor de eerste keer in 5 maanden een beetje gerust gesteld en voorzichtig blij. We vertelden onze familie eindelijk het heuglijke nieuws en vanaf toen haalde mijn buik op een wonderbaarlijke wijze zijn schade in. Op een week tijd was ik 5 maanden zwanger.

Beetje bij beetje lukte het de knop in mijn hoofd om te draaien en begon het genieten. Toch bleef er een stemmetje in mijn hoofd zitten dat me steeds opnieuw met de voeten op de grond zette. Niet té blij zijn, er zal nog wel iets mislopen, deze zwangerschap is gedoemd van in het begin.

Het leek ook zo toen ik begin september op weg van school naar huis de auto in de prak reed. Perte totale, dus de schok was enorm. Weer angst om dat baby’tje in de buik. Gelukkig stelde Persyn Senior ons gerust na een grondig onderzoek en een paar uurtjes aan de monitor. Eind goed al goed. Voorlopig …

’s Ochtends vroeg 14 oktober 2010, een maandje te snel. Kleine broer moest naar toilet. Ik hef hem op de pot en voel een warme gloed langs mijn benen. Oeps, ik denk dat mijn water gebroken is. Wanneer ik kijk, zie ik bloed, allemaal bloed. Veel te veel om me geen zorgen te maken.

Ambulance, paniek, geen beweging meer in de buik, nog meer paniek, pure angst. Een grote zus die enthousiast roept dat het broertje of zusje eraan komt. Een kleine Jef die zich voorzichtig tegen mij aan vlijt en stille traantjes weent.

In het ziekenhuis halen ze een echoapparaat en zoeken de hartslag van de baby. Tevergeefs. Dan beginnen de tranen voor de eerste keer te stromen en wel honderd keer zeg ik tegen mijn man ‘Ik heb het toch gezegd dat het nog fout ging lopen. Ik wist het. Het is dood. Het is gedaan.’

De tranen blijven komen, maar tegelijkertijd ontspant mijn lichaam zich eindelijk en plots beweegt mijn buik. Iedereen schiet recht en krijgt weer hoop. Er wordt een ander echoapparaat gezocht en dat vindt zonder veel moeite een vrolijke hartslag. Het mooiste geluid dat ik ooit te horen kreeg.

Het vorige apparaat bleek kapot te zijn.

De gynaecoloog die er ondertussen bijgekomen was, besloot een spoedkeizersnede te doen en een paar uur later kon ik mijn dochtertje in de couveuse gaan bewonderen. Kerngezond was ze.

Ik wou dat ik kon zeggen dat ik daarmee de voorbije acht maanden op slag vergeten was, maar dat is niet zo. Acht maanden in spanning leven hakt er in en tot op vandaag krijg ik kippenvel wanneer ik erover praat.

Ook tijdens het schrijven moet ik af en toe de tranen bedwingen, maar hé, er loopt hier wel een pracht van een meid rond die elke dag ons leven zoveel mooier maakt.

Stel je voor dat we toen …

Côte d'Azur 014

Er is een baby’tje dood

Er is een baby’tje dood.

Ik veronderstel dat dat wel meer gebeurt. Dagelijks. Wereldwijd misschien wel om het uur, elke minuut, elke seconde …  In de buik, in het kraambed, in zijn wiegje, in de armen van zijn ouders, omringd door liefde en tranen, zoon of dochter van …

Er is een baby’tje dood.

Gevonden, ergens langs de kant van de weg. Om de hoek of in een ver arm land, in oorlogsgebied, moederziel alleen, omringd door kogels, bloed en haat. Zoon of dochter van …

Er is een baby’tje dood.

Een baby’tje dat we kennen. Amper, maar genoeg. Genoeg om ons te raken, om ons uit het lood te slaan. Graag gezien, enorm gemist. Nog maar net, heel plots, onverwachts, heel snel en zinloos. Badend in liefde, onschuldig en onterecht. Onrechtvaardig en onjuist. Zoontje van S en S, broertje van W, neefje, kleinkind, petekind van … Slechts zes maanden op handen gedragen door een grote, warme familie. Slechts één zomer vertroeteld, gesust en gewiegd. Een zomer die oneindig leek te duren, tot dinsdag …

Er is een baby’tje dood.

Weer een sterretje erbij. Weer een bedje leeg.

Een piepklein kistje gevuld. Een immens grote leegte nagelaten.

Weer een papa die verzuipt in zijn oerverloos verdriet.

Weer een mama die zich wanhopig vastklampt aan de herinneringen. Een glimlach op het netvlies gebrand. Het gekir in het geheugen gegrift.

Een broer, een zus, een lieve oma & opa, een tante, een nonkel, een meter, een peter, een …

Weer een waarom zonder antwoord.

baby loss

Tinder voor asieldieren

Weyts lanceert Tinder voor asieldieren‘ lees ik in de krant. Er zitten in Vlaanderen naar schatting 40 000 dieren  in een asiel te wachten op een nieuwe thuis. De Vlaamse regering investeert bijgevolg 30 000 euro in zo’n tinderachtig platform.

Dat zijn er best wel veel. Ik kijk naar onze hond en voel oprecht een zweem van medelijden voor die 40 000 beestjes die het minder goed hebben. Dan kijk ik in de ogen van onze jongste en voel verontwaardiging en onbegrip.

Vorige week zat toevallig ‘Kleurrijk’, het driemaandelijks krantje van Pleegzorg Antwerpen in onze bus. Helaas krijgen alleen pleeggezinnen dit.  De septembereditie geeft altijd de cijfers van het vorige jaar weer. Daarin staat o.a. goed nieuws: het aantal pleeggezinnen is in 2017 met 8% gestegen t.o.v. 2016. Helaas is ook het aantal pleegkinderen/pleeggasten* evenredig gestegen.

Er waren op 31/12/2017 in Vlaanderen 5181 pleeggezinnen voor 6507 pleegkinderen/gasten. Dat wil dus zeggen dat er 1326 kindjes ergens wachten op een nieuwe thuis.

Dát zijn cijfers die mij doen duizelen. Dát zijn cijfers die schreeuwen om 30 000 euro.  Ik weet het, een dier is ook een levend wezen en ja, dat verdient evenzeer liefde, respect en een warm nestje, maar een kind naar mijn mening toch een beetje meer.

Heeft een mens daar niet meer recht op dan een dier?

Ik kan me daar druk in maken. Echt waar. Vorig jaar nog deed ik wat ‘research’ omdat het me opviel hoe weinig berichten van pleegzorg op de sociale media geliked en/of gedeeld worden terwijl dit met berichten van honden- en kattenasielen waarin ze o.a. dieren voorstellen ter adoptie soms massaal gebeurt.

Ik vind dat raar.

Gisteren was het Werelddierendag. Pleegzorg Vlaanderen (6 345 volgers) postte op facebook een leuk berichtje met een foto van een schattig kindje. Goed voor amper 24 likes.

img_7290

Hart voor Dieren (284 000 volgers) postte gisteren ook iets ter ere van hun feestdag en scoort met een foto van een schattig poesje 235 likes.

Let u ook even op het aantal volgers?

Ik vind dat raar.

Pleegzorg lanceerde onlangs de campagne ‘doneer je jeugdbeweging’ en Pleegzorg Antwerpen (2008 volgers) post regelmatig iets hieromtrent. Op 26 september krijgen ze 28 likes, 2 opmerkingen.

Koninklijke Maatschappij Het Blauwe Kruis Wommelgem (17 976 volgers) stelt in een filmpje van een minuut Jackson voor, een vijfjarige reu. Hij krijgt in een mum van tijd 113 likes en 71 opmerkingen.

Ik vind dat raar.

Ik vind het raar dat er nog steeds mensen zijn die Pleegzorg niet kennen. Dat er campagnes gevoerd worden waar – buiten de pleeggezinnen zelf – weinig mensen zich van bewust lijken te zijn. Dat de posts van pleegzorg op sociale media voornamelijk alleen de pleeggezinnen bereiken. Dat op basis van wat je ziet op facebook de mensen meer geraakt worden door, meer belang lijken te hechten aan dierenleed dan aan de miserie van hun medemens.

Ik ben ervan overtuigd dat Ben Weyts mensen ook belangrijker vindt dan dieren en misschien had hij het geld ook liever aan Pleegzorg gegeven, maar als minister voor Dierenwelzijn kan dat niet.

Het is aan zijn collega Mijnheer Van Deurzen om in mensen en dus ook Pleegzorg te investeren. Ik zocht het even op en blijkt dat er dit jaar €30 000 000 extra geïnvesteerd wordt in jeugdhulp. Dertig miljoen. Extra. 1000 keer meer dan Ben Weyts.

Ik vind dat niet raar

www.pleegzorgvlaanderen.be

www.adopteereendier.be

* Een pleeggast is een volwassene met een beperking die opgevangen wordt in een pleeggezin.

Ploeteren of suikerspinnen?

Er verscheen een nieuw boek ‘Van gin tot pap’. Ik heb het nog niet gelezen. An Lemmens ook niet, maar dat belette haar niet een reactie de wereld in te sturen.

Het boek van Isabel Boons met bijhorende facebookgroep belicht o.a. de minder rooskleurige kant van het moederschap en geeft in één adem enkele tips mee om het leven met je kleine ettertjes draaglijker te maken. Ik heb het nog niet gelezen, al heb ik wel door dat dit met een dikke vette knipoog geschreven is, maar tegelijkertijd worden de pijnpunten van het moederschap zwart op wit en eerlijk op papier gezet. Het boek past, zoals An Lemmens terecht opmerkt, perfect in de ‘ploetermoedertendens’. Een tendens waar ze zich aan stoort.

Het ‘mama zijn’ is voor An alleen maar geweldig. Ze stoort zich aan het constant negatief voorstellen van het moederschap op de sociale media. Misschien heeft ze wel een punt. Het regent ploetermoeders die steen en been klagen over hoe zwaar het opvoeden van hun kroost is. Die snakken naar tijd voor zichzelf, naar tijd zonder de kinderen, naar een leven waarin ze niet alleen maar moeder zijn.

Ik reken mezelf tot de club van de ploetermoeders. Ik zie er meestal ook zo uit. Het woord is me op het lijf geschreven. Wanneer mijn kroost niet naar school is, draait mijn leven bijna uitsluitend rond hen waardoor ik geen tijd heb om er piekfijn uitgedost en er even stralend uit te zien als An wanneer ze op TV komt.

Mijn leven als moeder is zoals het is omdat ik het zo wil. Mijn kinderen worden zelden door de grootouders van school gehaald, ze worden uitsluitend door mij van de ene hobby naar de andere gereden. Dat is zo omdat ik het op die manier wil en – dankzij een geweldige job – zo kan.

Vind ik dat leuk? NEE. Zeur ik daarover? JA!!! Dat deed ik trouwens nog vol overgave in mijn vorig blogpostje Verschil moet er zijn van verleden week.

Ik ben zo’n moeder die inderdaad opgelucht adem haalt wanneer ik ’s ochtends de schoolpoort uit wandel. Aaaah, een uur of 6 rust. Rustig achter mijn computer op het werk zonder constant nodig te zijn. Een gezellige middagpauze met het ventje, een uurtje waarin we zowaar een echt gesprek kunnen voeren zonder onderbroken te worden of euh … op andere manieren constructief aan onze relatie kunnen werken.

Hoe blij ik ook ben wanneer ik hen even op school kan droppen, elke dag, iets voor vieren, kijk ik er ook weer naar uit om hen op te halen. Ik heb hen dan soms echt gemist die dag. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt.

In tegenstelling tot An, ben ik zo’n moeder die soms om 19u al verlangend naar de klok kijkt om dan zuchtend te denken ‘nóg een uur of twee voor ze weer allemaal in bed liggen’. Er zijn écht wel zo van die dagen … Ik schaam me daar niet (meer) voor. Ik dacht dat iedere moeder dit wel eens zo ervaarde en dat gaf me het geruststellende gevoel niet ‘abnormaal’ te zijn.

Bij An is dit blijkbaar niet zo. Ze heeft naar eigen zeggen in de bijna vier jaar dat ze moeder is geen enkele keer gevloekt, noch gezucht. Misschien is het omdat ze er slechts eentje heeft, maar ík kan me daar als moeder van vier écht niets bij voorstellen. Er is elke dag wel eens een moment dat de moed me in de schoenen zakt, dat ik mijn leven als moeder even niet leuk vind. Ik ben oprecht blij voor An en andere mama’s die het moederschap zo beleven en ben razend benieuwd naar hun geheim.

Niets is altijd alleen maar goed. Mensen die hun job kei graag doen, hebben toch ook al eens een baaldag op het werk? Bij een koppel dat zielsveel van elkaar houdt, zit toch ook al wel eens een haar in de boter? Een moeder die haar kinderen doodgraag ziet, wil hen toch ook wel eens achter het behang plakken?

Op deze blog lucht ik vaak mijn moederhart. Ik schrijf mijn twijfels, mijn schuldgevoel, mijn dagelijkse strijd om een goede moeder te zijn eerlijk van me af. Soms deel ik het met een klein hartje op facebook, maar wanneer ik de reacties lees van andere mama’s die zich erin herkennen ben ik blij en voel ik me weer een beetje meer een goede moeder.

Ik denk dat er in iedere mama zowel een ploetermoeder als een An Lemmens schuilt. Het is de uitdaging voor elke moeder om die twee in evenwicht te houden. Helaas lukt dat niet altijd. De ene dag draait alles in de soep, de andere zit ik samen met An op haar roze suikerspinnenwolk te glunderen.

moeder-worden-is-een-wonder-moeder-zijn-een-heel-gedonder

Verschil moet er zijn

Ik ben net aangekomen op het werk. Totaal ontspannen, vredig, intens gelukkig. De zon schijnt. Het is half september, maar het voelt nog steeds als zomer. Een gezellig fietstochtje door de velden naar school, de kinderen gedropt en dan langs de mooiste plekjes richting werk. Nog even tijd om snel wat neer te schrijven.

Het leven is mooi …

Nochtans zat ik gisterenavond in zak en as. Toen vond ik mijn leven allesbehalve geweldig. De kinderen van school halen. De oudste zoon op de typles droppen. Met de rest naar huis om in zeven haasten eten te maken. Gezellig samen rond de tafel zat er niet in, want zoonlief moest ook weer opgehaald worden. Het huiswerk moet klaar en de jongste dochter naar de voetbaltraining.

Altijd één oog op de klok gericht …

Het gejaag, het gesakker, het constant achter de veren zitten van de kinderen. Ik vind het niet leuk. Ik word er niet happy van.

Anderzijds denk ik dat zulke tijdelijke dieptepuntjes als gisterenavond nodig zijn om de gelukzaligheid van vanochtend te kunnen ervaren. Extreme drukte versus complete rust.

Verschil moet er zijn …

Intens genieten van een frietje van de frituur,  maar een paar dagen later de benen onder een mooi gedekte tafel schuiven voor een gastronomisch diner. Gaan kamperen en slecht slapen op een dun matrasje om des te meer te beseffen hoe zalig ons bedje thuis is. Om nog meer te genieten van een vakantiehuisje met alles erop en eraan. Een snikhete zomer met lome dagen en slapeloze nachten doet me nu nog meer genieten van de frisse nazomerochtenden en koele avonden waarbij aarzelend het dunste dekentje weer over de benen getrokken wordt.

Het ene vult het andere aan. Ying en yang. Plus en min. Het maakt ons leven compleet.

Ik dwing mezelf te beseffen dat de mindere momentjes passeren. Ik wil de dieptepuntjes relativeren en intens genieten van de hoogtepunten, want ik weet dat ook die niet blijven duren. Dit alles maakt volgens mij ons geluk grijpbaar en intenser.

Het zit overal, maar je moet het zien en er soms zelfs naar op zoek gaan. Het is niet evident. Wanneer er amper tijd is om te ademen, is er ook geen ruimte om dat lichtpuntje geluk te zien. Het gaat zo vaak aan ons voorbij.

Daarom … lééf, lach, geniet, baal, huil, vloek, … het hoort er allemaal bij!

geluk zeepbel

 

Te weinig van mij voor iedereen

“Mama, ik heb kaka gedaan!”

“Ik kom eraan, eerst nog even je zus haar haren kammen. Mooi blijven zitten, he!”

Wanneer ik op weg ben om de kleinste zijn billen te vegen, vraagt de oudste me waar die donkere jeans is met die letters op.

“In jouw kast, Marie!”

“Nee, mama, die met die andere letters.”

“In de was, op de draad, op de strijkplank of in de mand die al drie dagen op de trap staat om mee naar boven te nemen …”

Terwijl ik dat zeg, merkt mijn linkeroog een plas melk op de grond en mijn rechteroog een half opgegeten appel onder de salontafel.

“Wie heeft er hier verdorie gemorst! En wie heeft zijn appel hier laten liggen! We verspillen geen eten en we ruimen onze eigen rommel en viezigheid op. Hoe vaak moet ik dat nu nog zeggen! Jef, pak een schoteldoek en kuis dat op. Josefien gooi die appel bij de kippen.”

Dit oponthoud doet me de kleinste vergeten die ondertussen heel flink zelf zijn billen probeerde te vegen met de halve wc-rol waardoor het toilet verstopt zit.

“G*dverd*mme!!!”

Terwijl ik de natte brij toiletpapier met een pollepel uit de pot in een emmer aan het scheppen ben, roept de volgende al.

“Mamaaaaa, ik heb dorst!”

“Sta recht en pak het zelf. Je weet alles staan.”

Ondertussen is de hond het huis in geglipt op zoek naar stinkende kousen en vuile onderbroeken. Het is zo’n exemplaar met te korte poten en hele lange oren die altijd over de grond slepen en binnen een spoor van viezigheid achterlaten.

“Mama, wil je met mij een spelletje spelen? Je zegt al drie dagen dat je dat met mij gaat doen …”

“Vraag het maar aan papa.”

“Schatje, waar liggen de Uno-kaarten?”

Are you F*CKING kidding me?

Ik doe mijn best en probeer een alomtegenwoordige moeder te zijn, maar soms lijkt er gewoon niet genoeg van mezelf te zijn voor iedereen.

Het gaat niet alleen om de dagdagelijkse taken en brandjes die geblust moeten worden, dat is nog het minste waar ik me zorgen over maak. Vaak gaat het ook om aandacht en liefde, knuffels en zeemzoete blikken.

De jongste krijgt sowieso zijn portie omdat hij nog veel hulp nodig heeft en constant aan mijn rokken hangt. De tweede jongste is een floddermie en vraagt onomwonden de aandacht en liefde die ze nodig heeft en soms tekort komt. De oudste zoon eist meestal de aandacht op een negatieve manier op, waardoor veel van mijn energie verloren gaat, ten koste van de anderen. De puberdochter is ondertussen op een leeftijd gekomen dat die aandacht van mama niet meer zo nodig hoeft. Dat zou gemakkelijk moeten zijn, maar het kwetst mijn tere moederziel.

Het is schipperen tussen wat er in mijn hoofd allemaal moet gebeuren om het huishouden niet te laten ontsporen en wat de kinderen verlangen en verdienen. Ze verdienen mijn knuffels, ze snakken naar mijn liefde, maar mijn schoot is soms te klein en mijn armen te kort om ze allemaal tegelijk te geven wat ze zonder woorden vragen.

En eerlijk, te vaak zijn de was en de plas in mijn hoofd belangrijker dan die vier wezentjes van vlees en bloed die tastbaar voor me staan.

“Kijk maar wat tv! Ik kom er straks bij zitten. Ik moet nog gauw even 5 wasmanden strijk wegwerken.”

Nog twee weken ploeteren en dan zal het allemaal anders zijn. Eventjes toch … Dan is papa er om het roer af en toe over te nemen. Dan komt er 50% van mij vrij en kan ik de moeder zijn die ik wil zijn. Eentje die alle tijd van de wereld heeft om knuffels te geven en spelletjes te spelen. Of om aan de rand van het zwembad mijn kinderen gade te slaan en overspoeld te worden door een gevoel van trots en contentement. Wie weet is er zelfs nog tijd voor een boek.

Ik denk dat ze dat vakantie noemen …