Column Kleurrijk: engagement

“Doet het jou verdriet als ik zeg dat ik mama D liever zie dan jou?”

We liggen in bed, het verhaaltje is gelezen en we keuvelen nog wat na. Hij nestelt zich zoals altijd tegen mij. Als hij kon, kroop hij in mij. Mama D spookt de laatste maanden erg door zijn hoofd. Hij praat vaak over haar en stelt veel vragen. Hij probeert zich een beeld van haar te vormen.

“Doet het jou verdriet?”

Het is een vraag die anderen mij ook vaak stellen, dus ik had er al wel over nagedacht. Ik had een antwoord klaar.

“Neen, het doet mij geen verdriet. Ze is jouw mama, het is heel normaal dat je heel veel van haar houdt. En ik weet dat je ook van mij houdt, dat is genoeg voor mij.”

Ik zeg dit niet om hem te sussen. Ik zeg het heel oprecht. Het raakt me niet, want het ventje laat me elke dag opnieuw zien dat hij me graag ziet. Dat ook ik zijn mama ben.

“Als ik nog eens boos ben en zeg dat ik jou niet leuk vind of dat ik deze familie niet leuk vind, dan meen ik dat echt nooit! Nooit, hé, mama.”

Dit raakt me wel. Omdat ik besef hoe bewust dit achtjarig manneke zich is van zijn eigen gedrag en de gevolgen ervan. Weer iets waar hij zich zorgen over maakt en waar hij achter de schermen druk mee in de weer is. Tegelijk besef ik ook dat we al een hele weg hebben afgelegd. Er moest iets veranderen, want zijn gedrag buiten het veilige coconnetje van ons gezin werd moeilijker en moeilijker. Hij heeft al grote stappen gezet dankzij een heel team dat zich samen met ons wil inzetten om hem te helpen een weg te vinden in de chaos in zijn hoofdje. Zijn echte papa en grootouders, de school, de opvang, onze pleegzorgbegeleidsters, zijn therapeut en kinesiste tonen keer op keer door hun inzet en engagement dat ze hem de moeite waard vinden.

It takes a village …

Het raakt me. Omdat ik besef dat niet alleen wij als pleegzorgers het engagement aangaan om hem te geven wat hij nodig heeft. Wij beslisten om pleeggezin te worden, maar ook de mensen rondom ons moeten mee op de kar springen. Als ze de sprong wagen, gaan ze ook een deel van het engagement aan. Durven, kunnen of willen ze niet, dan gaat onze kar verder zonder hen. Alle begrip, want het is niet niks om een kind met een zware rugzak in je hart te sluiten. Het is niet evident, maar wel de moeite waard.

Hij zal je graag zien, maar vaak duwt hij je weg. Hij zal je aandacht vragen op een verkeerde manier. Je zal soms wijselijk een stukje van je tong moeten bijten. Je zal begrip moeten tonen, vertrouwen moeten hebben en op moeilijke momenten blijven geloven dat het goed komt. Je zal het kind graag moeten blijven zien, ook als hij/zij dit niet vanzelfsprekend maakt.

Het is eigenlijk heel simpel: als je het pleegzorgavontuur aangaat, engageer je je tot onvoorwaardelijke liefde. En ook al lijkt het niet altijd zo, je krijgt het dubbel en dik terug.

Column Kleurrijk: Min of meer

Ik hou niet van wiskunde. Mijn maag draait nog steeds om wanneer ik het huiswerk van mijn kinderen bekijk. In het middelbaar heb ik me erdoor gesparteld, omdat het moest. Ik heb me altijd afgevraagd waarom wiskunde zo onoverkomelijk moeilijk is voor mij. Ik kán studeren. Nooit tweede zit gehad tijdens mijn opleiding vertaler/tolk. Geef me boeken vol tekst, ik krijg het verwerkt. Maar laat me geen formules instuderen of toveren met getallen … Het lukt me niet.

Mijn talenknobbel zal er wel iets mee te maken hebben, maar ook mijn natuurlijke aanleg tot het ‘tussen de regels lezen’. De dingen graag op mijn eigen manier bekijken, anders verwoorden en uiteindelijk een beetje naar mijn hand zetten. Dat gaat niet met wiskunde. Er is geen ruimte voor interpretatie noch discussie. Het is wat het is. Correct of fout.

Een verhaal daarentegen kan je herschrijven zonder dat je de boodschap verandert. Een woord of zin kan je naar een andere taal vertalen, maar bijna elk woord heeft een synoniem dus er zijn meerdere opties. Wanneer je het echt niet weet, kan je een beschrijving geven waardoor men weet wat je min of meer bedoelt. En op school geeft een leerkracht die van goede wil is, je nog een deel van de punten als blijk van bewondering voor je creativiteit en plantrekkerij.

Min of meer … daar gaat het om. Ik ben rap content. Min of meer is meestal genoeg voor mij. Ik heb graag nog wat ruimte om zelf in te vullen. Wanneer het dan niet helemaal naar mijn zin is, kan ik er nog wel een draai aan geven zodat het beter in mijn kraam past. Sommigen zullen het gemakzucht noemen en ik kan hen ook geen ongelijk geven. Ik maak de dingen nu eenmaal liever niet moeilijker dan ze zijn.

En zo heb ik dan genoeg gepalaverd om van wiskunde, via de taal bij pleegzorg terecht te komen. Ik hoef niet persé alle puntjes op de i. Dit is een eigenschap die als pleegzorger van pas komt. In een doorsnee gezin loopt zelden iets zoals gepland, laat staan in een pleeggezin. Een (pleeg)gezin runnen is geen exacte wetenschap, er is doorgaans geen foute of juiste manier. Je doet dit volgens mij best op het gevoel.

Zijn mijn kinderen gelukkig? Zijn we als ouders gelukkig? Wat hebben mijn kinderen nodig? Welke aanpak werkt bij de ene, maar niet bij de andere? De antwoorden op deze vragen zijn niet eenduidig. Ze kunnen verschillen van persoon tot persoon, van dag tot dag. Dit kunnen aanvaarden en bereid zijn om flexibel mee te evolueren met de noden van je gezin, maakt het leven er een pak makkelijker op, denk ik.

Het hoeft niet allemaal van een leien dakje te lopen. Een min of meer vlotte gang van zaken is meer dan voldoende. Zo ook hoeven de kinderen die je opvoedt niet persé 100% van jou te zijn. Wanneer ze min of meer de jouwe zijn, is dat misschien meer dan voldoende om ze de liefde en warmte te geven die ze zo nodig hebben.

In ons gezin bijvoorbeeld is drie vierde 100% van ons. Wiskundig gezien is dit 75%. Dit heb ik trouwens helemaal zelf uitgerekend. Met de regel van 3.

Bron: Geogebra.org

44

Vierenveertig toertjes rond de zon. Laten we zeggen dat ik halfweg ben. Of toch bijna. 44 overwegend goede jaren. Jaren die beter en beter lijken te worden, maar ook hun sporen hebben nagelaten.

Sporen in mijn hoofd, zoals de ontelbare herinneringen waarvan sommigen haarscherp, maar velen stilaan vervagend.

Sporen op mijn hoofd, zoals de grijze haren die elke 6 à 7 weken weer te voorschijn komen. Dat vind ik niet zo erg, want het zorgt voor een glinstering wanneer de zon schijnt.

Sporen op mijn lijf. Striemen hier en daar door het voldragen van mijn kinderen. Ontelbare littekens die bewijzen dat ik niet bepaald een meisje-meisje was, maar een tomboy die in bomen klom en kattekwaad uithaalde. Bij vele littekens hoort een herinnering die ik koester. Het grootste litteken koester ik, hoewel het mijn buik danig ontsiert, maar het herinnert mij aan een oerkracht die in mij zit en die me, wanneer het nodig is, sterker maakt dan ik ooit dacht te zijn. Langs die lelijke lijn kwam mijn jongste dochter op de wereld. Tot ieders verrassing en opluchting gezond en wel.

Sporen op mijn gezicht. Rimpels die ondanks het smeren niet tegen te houden waren en me getekend hebben voor en door het leven. Het is bevreemdend soms om mezelf in de spiegel te zien, zoveel ouder dan ik me voel, maar wanneer ik dan gekke bekken trek, weet ik waar die diepe lijnen in mijn huid vandaan komen.

De lijnen in mijn voorhoofd vormden zich geleidelijk aan door regelmatig verwonderd te worden door al de mooie dingen en mensen om me heen. Verwondering voor de kleinste dingen. Verbaasd door het leven gaan, elke dag opnieuw, daar blijft een mens jong van. Jong van geest zodat het kleine kind in mij niet verloren gaat.

De diepe rimpels tussen mijn ogen, boven de neus kreeg ik door onophoudelijk en volhardend moeite te doen om sommige mensen te begrijpen. Om te begrijpen waarom mensen doen wat ze doen. Waarom sommige dingen gebeuren. Blijven volhouden om toch maar een beetje begrip te kunnen opbrengen voor die mensen die je soms met verstomming slaan.

De fijne streepjes rond mijn ogen. Ze zijn er omdat ik te vaak te lang heb gewacht om nieuwe, sterkere lenzen te kopen. Omdat ik te lang op het klein schermpje van mijn gsm heb zitten loeren. Of tot kot in de nacht naar de tv. Allemaal fijntjes afgelijnde verloren tijd.

En dan die rond de mondhoeken, die bewijzen dat ik iets te veel gelachen heb in het leven, geglimlacht naar een onbekende die ik voorbij liep op de Netedijk. Die glimlach ging soms niet weg, waardoor die nu op mijn gezicht gebeiteld lijkt, zelfs als ik niet lach. De sporen van puur genot plezier zijn duidelijk aanwezig. Mijn gezicht heeft zich naar mijn geluk gevormd, waardoor lachen tegenwoordig ook minder moeite kost.

De tijd houdt niemand tegen. Dat hoeft voor mij ook niet, want ik ben te benieuwd naar wat de toekomst nog voor mij in petto heeft. Ik ben te gretig om al dat moois in het verschiet niet mee te pikken.

Column Kleurrijk: Met mijn mond vol tanden

Voor het eerst in bijna 8 jaar – zo lang is onze pleegzoon bij ons en zo oud is hij ook – sta ik met mijn mond vol tanden. Ik weet echt niet wat te zeggen, hoe te reageren.

“Waarom heeft mama D mij gedumpt?”

Gedumpt. Ons ventje denkt dat hij zoals het grof huisvuil op straat werd gezet.

Deze vraag, heel concreet, moet ik even laten bezinken. Tegelijk vallen de puzzelstukjes in elkaar. Zijn moeilijkere gedrag de laatste weken thuis, op school, in de kinderopvang. Slechter eten, slechter slapen … Met deze vraag geeft hij het antwoord. Mijn gedachten draaien op volle toeren, net zoals de zijne blijkbaar, al langere tijd.

Wat moet ik zeggen om die negatieve gedachte uit zijn hoofd te krijgen? En snel, want hij blijft me aankijken met een vragende, haast dwingende blik. Ik slik de krop in mijn keel weg, neem diep adem en doe een poging.

“Mama D heeft jou niet zomaar gedumpt. Ze wou eerst zeker weten dat een ander gezin goed voor jou kon zorgen. Ze heeft L van pleegzorg gebeld en pas toen ze wist dat je bij ons kon komen wonen, is ze weggegaan.”

Zoals altijd wekt elk antwoord weer een nieuwe reeks vragen op. “

“En heeft ze mij daarna nooit meer willen zien? Kan ze nog altijd niet voor mij zorgen? Kan ik later wel bij haar gaan wonen? Heeft ze nog andere kindjes? Wonen die wel bij haar? Waarom … ? Wanneer … ? Hoe … ?

Vraag per vraag, antwoord per antwoord probeer ik hem te kalmeren. Tevergeefs, want elk antwoord doet hem in tranen uitbarsten. Elk antwoord brengt hem nog meer in de war. Hij duwt me weg en zegt dat hij mama D wil. Hij wil bij haar zijn.

“Heb je haar telefoonnummer? Dan kan ik haar bellen en zeggen dat ik van haar houd, want dat weet ze nog niet.”

Slik. Hoe graag ik ook zou willen, dit kan ik niet zelf beslissen. Ik schuif de verantwoordelijkheid van me af en zeg dat we dat aan L van pleegzorg en papa Chel moeten vragen. Dit antwoord geeft hem hoop en brengt hem eindelijk een beetje rust.

Ondertussen heb ik ook het fotoboekje bovengehaald met die ene foto van hem en mama D. Er staan 100 foto’s in, maar alleen die met zijn mama interesseert hem. Hij kijkt en kijkt en valt uiteindelijk in slaap met het boekje op zijn borstkas stevig vastgeklemd. Wanneer ik zeker ben dat hij diep genoeg slaapt, verhuis ik naar mijn eigen bed, want ondertussen is het zelfs voor mij al ver voorbij bedtijd.

‘s Ochtends maak ik hem wakker. Een hele karwei na zo’n kort nachtje. Hij sputtert tegen, kruipt weg onder het donsdeken, zeurt, wordt boos én blijft boos. Ik had niks anders verwacht na zijn vragen en verdriet van gisteren, maar toch vraag ik hem waarom hij zo kwaad is. Met grote verontwaardiging zegt hij: “Altijd wanneer het kei spannend is, maak jij mij wakker.”

Ik lach. Dit was niet het antwoord dat ik verwachtte, maar het stelt me wel gerust. Niet alles wat hij doet, zegt of voelt moet herleid worden tot zijn pleegzorgverhaal. Soms is hij ook gewoon kwaad omdat mama hem wakker maakt op het spannendste moment van zijn droom …

Column Kleurrijk: Het is wat het is

Ik staar hem aan en neem elk detail in me op. Zijn lange wimpers, zijn fijn neusje, zijn mond die half open is, zoals altijd wanneer hij slaapt. Hierdoor zie je zijn tanden die nog een hele weg voor de boeg hebben. Zijn droge huid van de dagelijkse zwempartijtjes. Het putje naast zijn linkeroog waarvan we nog steeds niet weten hoe het er komt. Ik hoor het zachte gesnurk waaruit ik na bijna acht jaar kan afleiden hoe erg het al dan niet gesteld is met zijn allergieën.

Ik kijk en blijf kijken. Hoe raar is het toch dat hij niet van ons is. Het ene moment zie ik ook effectief een ‘vreemd’ kind waarin ik dingen opmerk die ik niet herken. Het andere moment voelt wat ik zie zo vertrouwd. Ik zie hem graag. Punt. Maar dan komen de vragen … Zie ik hem even graag als mijn eigen kinderen? Mag ik hem wel zo graag zien? Duizend en één vragen passeren de revue …

“Niet doen, Lies. Niet te veel over nadenken.” roep ik mezelf weer tot de orde. Dat lukt, want niet te veel nadenken over sommige dingen is één van mijn specialiteiten.

Het is wat het is.

Het gevoel verontrust me niet echt, want ik herinner me dat ik net zo naar mijn andere drie kinderen lag te staren. Vooral bij de oudste – mijn eerstgeborene – leek het allemaal zo onwezenlijk. Hoe kan het in godsnaam dat ik zo’n prachtig wezentje op aarde heb gezet? Ze was – en ís nog steeds – te mooi, te perfect om van mij te zijn. Uiterlijk lijkt ze als twee druppels water op haar vader. Misschien veroorzaakte het gebrek aan herkenning dat moeilijk te omschrijven gevoel. Want ook bij ons pleegzoontje ontbreken uiteraard die uiterlijke kenmerken.

Gelukkig wordt het gebrek aan uiterlijke gelijkenissen ruimschoots gecompenseerd door karaktertrekjes en dergelijke. Je weet wel, hun manier van praten, wandelen of eten. De blik in hun ogen of de dingen die ze zeggen. Ze houden je vaak een spiegel voor en dat kan confronterend zijn, maar evengoed bewijst het dat ze ontegensprekelijk bij mij horen, ongeacht door wie ze op de wereld zijn gezet.

Zo waren we onlangs met de kleinste in de frituur. Mijn man en ik stonden rustig te wachten in de rij, terwijl onze kleinste non-stop vertelde en 101 vragen stelde. De klant voor ons begon te lachen en zei: “Hij kan het goed uitleggen! Van wie heeft hij dat?” Mijn man en ik keken elkaar stilzwijgend aan en schoten in de lach. Gelukkig verwachtte de man geen antwoord, alsof hij begreep dat het soms niet nodig is om alles te weten of tot op het bot te analyseren.

Het is wat het is.

Column Kleurrijk: pleegproblemen

“Ik heb hier hoofdpijn”, zegt onze jongste. Hij duwt met de wijsvinger op zijn schedel, net boven zijn voorhoofd. “Ik denk dat mijn hersens op de trampoline aan het springen zijn.” voegt hij er nog aan toe. Ik barst in lachen uit, maar vind het bovenal bewonderenswaardig dat hij een ‘gevoel’ zo waarheidsgetrouw kan verwoorden.

We zijn er hier thuis nu ook wel mee bezig, want ons ventje schijnt problemen te hebben met ‘emotieregulatie’. Thuis is dat naar ons gevoel niet zo’n probleem, maar op school loopt het soms uit de hand.

Het gaat dus niet goed op school. Het kost hem te veel moeite om mee te draaien in de klas waardoor hij op de toppen van zijn tenen loopt. Hij haat school en al wat hij daar moet doen. De spanning, stress en tegenzin hebben een onvermijdelijke invloed op zijn gemoed. Zijn emoties laaien hoog op en slaan bovendien alle kanten uit. Een duidelijk signaal dat er heel wat omgaat in dat kleine lijfje.

Hij is er zich heel bewust van dat hij soms over de schreef gaat, al weet hij niet altijd om welke emotie het gaat. Verdriet, ergernis, stress, angst, … het uit zich helaas meestal in boosheid. Het zijn signalen die ons zoals zo vaak weer met onze voeten op de grond zetten, want volgens onze begeleidster van pleegzorg is dit typisch gedrag voor kinderen met een trauma en/of hechtingsstoornis.

Juist ja, onze kleinste is een pleegkind. Dat waren we bijna weer vergeten …

Tijdens de frequente overlegmomenten op school en met pleegzorg besef ik hoe het me toch blijft raken. Mijn gemoed schiet vol wanneer ze het over een kind hebben dat ik niet herken. Thuis is hij lief, veel rustiger, op zijn gemak. Dat is goed, hoor ik dan iemand zeggen. Dat betekent dat jullie zijn veilige haven zijn, bij jullie komt hij tot rust. Het beurt me enigszins op, want daarvoor ga je initieel het pleegzorgavontuur aan: een kind in nood, veiligheid en rust bieden.

Helaas moet hij ook leren om zich staande te houden buiten de veilige cocon van ons gezin. Hij vraagt een specifieke aanpak. Traumasensitief opvoeden is hier het sleutelwoord. Er moeten dus wat meer eieren onder gelegd worden. Geen probleem voor ons, maar niet altijd makkelijk uit te leggen aan de omgeving, merken we. Een hele uitdaging!

Gelukkig staan we er niet alleen voor. Ons gezin is groot én sterk. Onze andere drie kinderen begrijpen het, kennen hem en nemen het voor hem op. Ze zien hem graag. De school springt zonder boe of ba mee op de kar en is vragende partij om te leren hoe ze hem best aanpakken. Ze zien hem graag. Zijn echte papa is er ook. Hij luistert, toont interesse en probeert zijn steentje bij te dragen. Hij ziet hem graag. En pleegzorg staat klaar om aan al deze vragen en behoeftes tegemoet te komen. De huisbezoeken worden frequenter, vormingen worden aangeboden en een traject opgestart.

Ik heb geen glazen bol, maar wel goede moed. Het komt goed met ons ventje. Zoals altijd komt het goed …

Bron: minddistrict.com

Wat een rit

Ik kijk in de spiegel en bestudeer mezelf, de focus op mijn gezicht, mijn neus die bijna de spiegel raakt. Ik haal mijn schouders op en zucht. Het is wat het is … hier en daar wat opkalefateren, mijn troeven in de verf zetten en ik kan er wel mee leven. Over mijn haar hoef ik me gelukkig geen zorgen te maken. Het grijs werkt de kapster frequent en vakkundig weg. Voorts kruip ik na een douche met natte haren in bed waarna ik dan de volgende ochtend wakker word als Julia Roberts in Pretty Woman. Toch wat het kapsel betreft.

Het zal nooit meer worden wat het was. Hoe ík was, op de foto op de kast. Onze trouwfoto van 20 jaar geleden. Twintig jaar .. Waar is de tijd?

Het doet wat met een mens. Ik ben trots omdat we nog steeds samen zijn. Dat blijkt niet evident en is op zich al een hele prestatie. We zijn doorgaans een blij en gelukkig koppel. Meer nog: blijer en gelukkiger dan 20 jaar geleden. De onrealistische verwachtingen naar elkaar toe hebben we laten varen. We weten na al die tijd wat we aan elkaar hebben en wat niet. We hoeven niet rond de pot te draaien en kunnen elkaar ons gedacht zeggen. We weten welke onderwerpen vermeden moeten worden. We kennen en aanvaarden elkaars kleine kantjes. Dat alles scheelt een pak frustraties en belachelijke ruzies.

Onze grootse dromen hebben we waargemaakt of lichtelijk bijgestuurd. Dat brengt rust en geeft ruimte om te genieten van en te leven in het nu. Om te beseffen dat het goed is zoals het is. Wanneer de gewone gang van zaken dan toch te gewoontjes blijkt, bedenken we een nieuw projectje waar we samen onze schouders onderzetten. Of we slaan even apart een zijweggetje in. Maar voorlopig hebben we genoeg aan de rust die 20 jaar getrouwd zijn met zich meebrengt. Onze vier kinderen houden het interessant, uitdagend en spannend genoeg.