Brillenkas

Onze jongste dochter moet een bril dragen. Toen de oogarts tot die conclusie kwam, deed het me wat. Heel even, maar totaal onverwacht schoot mijn gemoed vol.

Nadien vroeg ik me af waarom. Het is toch niet zo erg dat onze dochter een bril moet dragen. Integendeel zelfs, het heeft iets en het past bij haar. Ze is niet doorsnee, niet zoals alle andere kinderen. Ze is anders …

Misschien net daarom dat mijn moederhart zich even roerde. Ik hou er wel van dat ze een beetje anders is, eigenzinnig. Er is niets zo mooi als een kind dat op één of andere manier niet mooi in het rijtje loopt, maar – vaak door slechts kleine details – uit de massa springt. Als volwassene vind je dat mooi, maar voor leeftijdsgenootjes is het vaak een mikpunt van spot, een aanleiding tot pesten.

Stel je voor dat haar klasgenootjes haar gaan uitlachen. Mijn hart breekt als ik daaraan denk. Anderzijds weet ik dat onze jongste dochter niet op haar mondje gevallen is en het nodige haar op de tanden heeft. Ze zal ongetwijfeld een gevatte repliek uit haar mouw schudden om de eventuele plaaggeesten op hun plaats te zetten. Way to go, girl!

Zelf vindt ze het stiekem best leuk om voortaan een brilletje te dragen, al houdt de mening van de klasgenootjes haar ook bezig. Ik denk dat ze het zelf ook een pluspunt vindt om niet doorsnee te zijn. Onze oudste dochter vindt tegenwoordig alles wat niet perfect in maatschappelijk aanvaardbare rijtje past ‘gênant’. Onze jongste vindt het dan eerder interessant en spannend.

Het is ok om anders te zijn, maar ik ben er ook van overtuigd dat niet ieder kind sterk genoeg in zijn schoenen staat om zijn ‘anders zijn’ te aanvaarden, om er het voordeel van in te zien en er vervolgens zijn sterkte uit te halen. Het blijft moeilijk om de mening van anderen naast je neer te leggen, zonder boe of ba. Om je middelvinger met volle overtuiging op te steken naar al die anderen die denken dat ze beter zijn.

Bij onze dochter gaat het nog maar om een brilletje, maar ik weet dat dit slechts het begin is. Iets in mij zegt me dat ze nog vaak verrassend en origineel uit de hoek zal komen. Haar sterke wil, uitgesproken karakter en speciale kantje komen meer en meer naar boven. En eerlijk gezegd kan ik niet wachten om het allemaal te ontdekken, hoewel  we ongetwijfeld nog vaak zullen vloeken en haar eigengereidheid verwensen.

brillenkas

 

 

Mijn kind dat ik niet ken

Vandaag is het exact drie jaar geleden dat ik een kind op de wereld zette. Een kind dat ik niet ken. Ik schaam me ervoor, maar ik wou hem niet. Ik kon dat roze hoopje niet eens bekijken, laat staan vastnemen, liefde geven.

De zwangerschap was een hel. Een emotionele marteling. Er groeide een kind in mij dat ik niet wilde.  Ik heb het verwenst, vervloekt … het kind, de vader, die nacht, de grootste stommiteit van mijn leven. Ach neen, ik heb nog grotere flaters begaan én ervoor geboet, dubbel en dik. Maar toen was alleen ik er de dupe van, nu groeide er iets in mij dat ongevraagd in deze puinhoop terecht zou komen.

Ik heb gehoopt dat het misliep, ik heb gedacht aan abortus en het bijna gedaan. Had ik het maar gedaan … Nu lag ik daar met een kind waar ik niet voor kon zorgen, waar ik niet voor wílde zorgen. Wat heb ik hem te bieden? Mijn leven was één hoop ellende, ik heb het nooit anders geweten. Mijn kindertijd was een aaneenschakeling van traumatische gebeurtenissen die ervoor gezorgd hebben dat het nooit meer goed kan komen met mij. Mijn jeugd was één lange vlucht van de harde, pijnlijke realiteit. Drugs, alcohol, medicatie, … Ik gebruikte alles om de hopeloze chaos in mijn leven te vergeten.

En zo is het eigenlijk altijd gebleven. De ene stommiteit volgde de andere op, in sneltempo. De ene fout na de andere, flater na flater … en nu dit. Een kind in dat bedje naast mij. In het ziekenhuis merkten ze al gauw mijn afkeer, ze stuurden iemand om te praten. Iemand die luisterde, maar me, zoals altijd, niet begreep. Ze zijn getraind om hun afschuw niet te laten blijken, maar er is altijd wel iets dat hen verraadt. Iets in hun blik of een trekje om hun mond dat ze niet onder controle hebben.

Ik wilde niet rond de pot draaien. Ik wilde dat kind niet. Punt. Zoek maar een oplossing. Er zijn vast mensen die hem wel willen, die hem alles kunnen geven wat ik niet te bieden heb. Want ik heb niets. Ik ben niets.

Ik vertrok uit het ziekenhuis en liet het kind achter. Pleegzorg werd erbij geroepen en drie weken later kreeg het kind een thuis. Een paar keer nog ben ik op bezoek geweest, om mijn geweten te sussen, om met eigen ogen te zien dat hij het daar veel beter zou hebben dan hier, bij mij. Daar is hij nu, 3 jaar later nog steeds. Af en toe denk ik nog aan hem, droom ik van hem, maar ik mis hem niet. Denk ik. Kan je iemand missen die je niet kent? Kan je van iemand houden die je niet kent?

een-kans

Bron afbeelding: Onderwijs Maak Je Samen

Verloren zoon

We waren hem kwijt, onze zoon. Geen spoor meer van ons vurig, maar lief en bij wijlen vrolijk ventje. Hij werd ongemerkt vervangen door een onherkenbaar, nors, in zichzelf gekeerd jongetje. We noemden hem altijd al ‘licht ontvlambaar’, maar de laatste maanden was hij ronduit agressief. Een verkeerde blik, een achteloze aanraking, … alles kon zijn korte lontje doen ontsteken en dan kon je je maar beter uit de voeten maken. Scheldtirades, gebrul, gevloek, allerhande verwensingen, zelfs een slag of stoot … We kregen het allemaal naar ons hoofd geslingerd.

Op geen enkel moment was hij nog voor rede vatbaar. We hadden het gevoel alle grip op hem te verliezen. We werden bang voor de toekomst en dachten met doodsangst aan de puberteit die binnen enkele jaren alles zo mogelijk nóg complexer zou maken.

img_2372

We twijfelden aan onszelf, als ouders. Nóg meer dan anders. Wat deden we mis? Waren we te streng, of net te laks? Maakten we niet genoeg tijd voor onze kinderen? Meerdere keren stelden we onszelf en elkaar die vraag, vaak met de tranen in de ogen.

Op een bepaald moment voel je als ouder dat het niet meer lukt. Daar is niks mis mee, maar wat is het moeilijk om toe te geven dat je je kind niet meer de baas kan.  Het gevoel te falen in je belangrijkste taak, in je rol als moeder … het maakt je gelijk met de grond en raakt je tot in de kern van je bestaan.

Tijdens een gesprek op school legde zijn juf voorzichtig de link met de medicatie die hij ondertussen een jaar nam voor zijn ADHD. Zelf had ik daar ook al aan gedacht, en ja, we gaven het de laatste maanden meer, niet meer uitsluitend voor school, maar ook op vrije dagen om het thuis aangenamer te maken.

Ze verzekerde ons dat hij ondertussen een stevige basis van de leerstof had en dat het concentratieprobleen opgevangen kon worden. Reden genoeg voor ons om de Rilatine overboord te gooien, want dat was oorspronkelijk de enige reden waarom we vorig jaar toch onze toevlucht namen tot medicatie: zijn concentratieprobleem met als gevolg een grote leerachterstand.

img_2030
Wat er toen gebeurde, is moeilijk te geloven. Na amper 2 dagen keerde geleidelijk aan de rust in huis weer terug. Elke dag vonden we een stukje van onze zoon terug. Hij herontdekte de lego, de auto’s, zijn eigen fantasie en creativiteit. Hij zocht weer meer contact met ons, met zijn broer en zussen. Hij leefde minder en minder in zijn eigen wereldje en beleefde weer zichtbaar plezier in de interactie met de mensen om zich heen.

Na een week hadden we onze zoon helemaal terug. Vurig, maar handelbaar. Van al onze kinderen vraagt hij nog steeds de meeste aandacht en niet altijd op de juiste manier, maar er zijn weer meer goede dan slechte momenten. Hij heeft nog regelmatig uitbarstingen, maar krijgt zichzelf meestal weer net op tijd in de hand. Die zelfbeheersing was hij volledig kwijt.

Het is afwachten wat de invloed op zijn schoolresultaten zal zijn, maar eerlijk gezegd is dat het minst van mijn zorgen. Hij komt er wel, het is een volhouder, hij weet wat hij wil en gaat er ook voor.

Wij hebben onze zoon terug, hij is weer gelukkig en dat is voorlopig meer dan genoeg.

aandachtvragen

 

De liefde vieren

We vieren graag. Het leven, de liefde, … Noem maar op. Vorig weekend hebben we de liefde gevierd, én het leven. Het werd een feest om nooit te vergeten, het was een avond van intens genieten en voelen, van dankbaar zijn en graag zien.

LG_2

Het was een nacht om te koesteren. Samen feesten met de mensen die je graag ziet. Daar heb je geen reden voor nodig, geen enkel excuus. En toch doen we het veel te weinig.

We zijn dit jaar 15 jaar getrouwd en 20 jaar samen. En nog steeds gelukkig welteverstaan. Reden om een feestje te bouwen … en of we dat gedaan hebben!

LG_27Een mooie bezinning om de liefde te vieren. Even stilstaan bij ons huwelijk, ons gezin, ons leven. Beseffen dat het goed gaat, dat we gelukkig zijn, elkaar graag zien … zonder meer.

15 jaar later elkaar opnieuw de liefde verklaren in het bijzijn van onze warme familie en dierbaarste vrienden. Het waren intense momenten, ontroerend mooi, heel bijzonder.

Veel beter dan dit wordt het niet, zei mijn wederhelft. En dat besef leidt tot puur geluk.

LG_53

Daarna een spetterend feest. Eten, drinken, babbelen, muziek, dansen, lachen, knuffelen en luid meebrullen. Het was er allemaal bij! We voelden ons weer 15 jaar jonger. We waren weer even de pubers van 20 jaar geleden die konden feesten tot ’s ochtends vroeg en de katers makkelijk verteerden. Helaas zijn we ondertussen allemaal ouder en duurt het herstel een paar dagen langer. Maar het was elke seconde hoofdpijn waard.

LG_280

Kom, dan vieren we het leven en dansen we tot de zon opkomt!

LG_21

Bedankt aan iedereen die erbij was!

Photo credit: Kristof Verschueren

Geen verlof voor pleegouders: flashback

Vandaag las ik in de krant van gisteren dat pleegouders nog steeds geen recht op verlof hebben wanneer ze een kindje verwelkomen in hun gezin. Het deed me terugdenken aan de tijd dat onze pleegzoon, toen net geboren, in ons gezin kwam. Aanvankelijk in crisisopvang, maar nu, bijna 3 jaar later, is hij – godzijdank – nog steeds in ons leven.

Op een winterse maandagavond kregen we een telefoontje van pleegzorg. Of we een pasgeboren baby’tje wilden opvangen. Mijn hart deed een vreugdesprongetje … eindelijk een boeleke. De oudste dochter die tegen mijn wang geplakt het gesprek volgde, kon evenmin haar enthousiasme onder stoelen of banken steken. Natúúrlijk wilden wij dat baby’tje even een thuis geven. Zonder er verder over na te denken… Maar dan, de hoorn op de haak, de adrenalineshot neemt af, reality checks in.

Oei, een baby’tje moet naar een crèche of onthaalmoeder wanneer ik ga werken. Vlug alle crèches opzoeken in de buurt en opbellen. Welke babyspullen hebben we nog allemaal in de kelder steken? Veel, maar niet genoeg. Even een sms’je rondsturen. Allerlei dingen waar je normaal 9 maanden de tijd voor hebt, moesten nu in sneltempo geregeld worden. Maar kijk, het lukte en toen we 2 dagen later die wolk van een baby op de materniteit gingen halen, waren alle praktische zaken tip top in orde.

Waar we echter niet op waren voorbereid, waren de onderbroken nachten. Je zit met een pasgeboren baby’tje en alles wat erbij hoort, maar het leven gaat gewoon door. Die wekker begint nog steeds te kwelen om 6u30. Je wordt verwacht op je werk, ook wanneer je amper 2 uurtjes geslapen hebt. Geen ouderschapsverlof, geen kraamhulp, niks.

Toen leek dat best te lukken, je leeft op automatische piloot, je cijfert jezelf volledig weg en doet wat je moet doen. Een mens is vaak sterker dan hij denkt en een moeder kan bergen verzetten, maar er zijn grenzen. Ook bij mij was na een half jaar het vat af. Ik ben diep in het rood gegaan en dat heb ik nog lange tijd moeten bekopen.

Maar kijk, die baby wordt een peuter en is ondertussen een kleuter. Hoe onmenselijk zwaar die eerste maanden ook waren, het zijn momenten als de eerste schooldag, enkele weken geleden, waar je het voor doet. De zelfzekerheid waarmee ons ventje vrolijk door de schoolpoort stapt, daar hebben wij mee voor gezorgd. Hoe ons pleegzorgverhaal ook afloopt, wij hebben hem alvast een stevige basis gegeven, weerbaar gemaakt, hopelijk bestand tegen het harde leven dat hem te wachten staat. Dat gevoel is onbetaalbaar en geeft ons enorm veel voldoening.

Wij zouden het zo opnieuw doen, maar ik begrijp dat anderen ervan terugschrikken. Je wil een kind in nood opvangen en alles geven wat het op dat moment zó nodig heeft: een stabiele omgeving, rust, een warme thuis en liefde, … veel liefde. Dat kost niks, alleen maar tijd. Tijd die er niet is, tenzij je heel veel opoffert en je je eigen leven eventjes on hold zet. Tijd die de overheid kan bieden door ook pleegouders eindelijk recht op verlof te geven. Tijd die ongetwijfeld meer gezinnen over de streep zal trekken om pleegzorg een kans te geven.

Elk jaar zijn er ongeveer 500 kinderen in Vlaanderen die in de kou blijven staan bij gebrek aan pleeggezinnen. Dat zijn 2 op 3 pleegzorgaanvragen die niet positief beantwoord kunnen worden.

Komaan politici, het wetsvoorstel ligt klaar, waar wachten jullie op?

time

 

 

20 Jaar later

Mijn vent en ik, we kennen elkaar al lang. Bijna ons hele leven. We delen heel veel herinneringen, het grootste deel van onze levens loopt gelijk.

Ik was zijn eerste echte lief, hij het mijne. De eerste met alles erop en eraan, als je begrijpt wat ik bedoel. We kenden elkaar, waren vrienden, maar in de zomer van 1997 werden we een beetje meer. Op chirokamp in Opglabbeek, 24 juli.

img_0471Ik was toen niet echt happy, sinds de scheiding van mijn ouders was het leven moeilijk. Maar hij liet me weer lachen, gaf me hoop. Zijn weelderige krullenbol, zijn heerlijke lippen, zijn humor en nonchalante joie de vivre gaven mij opnieuw zin in het leven, oog op een toekomst, een kans op gewoon gelukkig zijn.


We werden samen volwassen, maakten fouten, leerden bij, vielen en hielpen elkaar weer recht. We maakten liefde, maar ook ruzie, we hielden van elkaar, haatten elkaar, zagen een stukje van de wereld, genoten samen van het leven, kochten een hond, bouwden een huis, kregen kinderen … 1,2,3 en 4.

En nu, zoveel jaren later, zitten we in onze doorgezakte zetel, de kinderen boven in bed en we zeggen tegen elkaar: “Hoeveel geluk hebben wij nu toch.” We kijken elk jaar in augustus naar de Franse sterrenhemel en bij iedere vallende ster doen we samen, doch in stilte dezelfde wens: “Dat alles mag blijven zoals het is.”

We zijn tevreden, meestal. We zien elkaar graag, altijd. We gaan er samen voor, als het moet.

Hij maakt mij nog steeds gelukkig, doet me nog elke dag lachen en beseffen dat het leven mooi is. Hij helpt me mijn dromen waar te maken en ik mag alleen maar hopen dat dat wederzijds is.

Sus, ik zie je graag!

img_0468

40 dagen zonder scherm

Voor de zomer werden we in ons gezin weer met een nieuw probleem geconfronteerd: onhandelbare kinderen die hun kostbare tijd voornamelijk doorbrengen voor allerlei schermen. Hun lichaamsbeweging beperkte zich vaak tot het slenteren van het ene scherm naar het andere. Wanneer ze aan tafel moesten komen, schreeuwden ze moord en brand, want de missie was nog niet afgerond of de zoveelste inhoudsloze serie was net zo spannend of bijna gedaan. Wanneer ze dan eindelijk aan tafel zaten, was de sfeer al zodanig verpest dat niemand nog zin had in een gezellige babbel.

Toegegeven, soms is het verdomd handig om je kinderen uren voor tv of PlayStation te laten hangen. Zo krijg je tenminste die achterstand strijk weggewerkt of de keuken voor het eerst in drie weken nog eens gedweild. Of, laten we eerlijk zijn, dan kan je zelf nog eens ongestoord een roddelboekje doorbladeren of genieten van de zon in de tuin.

Een gezin runnen is sowieso elke dag opnieuw een uitdaging, maar er zijn dagen dat het niet lijkt te werken. Dat de dynamiek in ons gezin knettert en iedereen even genoeg heeft van elkaar. Elke dag leek een strijd, de gezelligheid ver zoek.

’s Avond kruip je dan als ouders uitgeput en ontgoocheld in bed en lig je nog een uur samen te ventileren, alles op te noemen wat er mis is gelopen en te bespreken wie die dag de grootste onruststoker was. Vaak komen we dan in die late uurtjes tot verrassende conclusies en héél af en toe worden er zelfs heel voorzichtig oplossingen geopperd, maar uiteindelijk vallen we toch weer gewoon in slaap en hopen we de volgende ochtend, tegen beter weten in, dat het vanaf dan anders zal zijn.

Tot die ene avond … Er moest iets veranderen! De weinige échte gezinsmomenten waren een marteling geworden. Na een grondige nachtelijke analyse van ons gezinsleven kwamen we tot de conclusie dat – hoe kan het ook anders – de schuld niet bij de kinderen lag, maar bij onszelf. We gingen onze verantwoordelijkheid als ouders uit de weg. De uren dat we onze kinderen voor de tv, of bij uitbreiding voor een scherm lieten hangen liepen hoog op. Er was zelfs nog een scherm bijgekomen zodat de oudste zoon zijn eigen plekje had om zijn ding te doen. En onze kleinste zat ondertussen ook al liever in de zetel op mijn smartphone naar Bumba te kijken dan op de speelmat met autootjes te racen. Al onze principes waar we niet zo lang geleden nog zo veel belang aan hechtten, hadden we zonder het zelf te beseffen overboord gegooid.

We hadden het gevoel dat we onze kroost niet meer in de hand hadden. Ze leefden niet meer samen, maar ieder apart in hun eigen wereldje, hun eigen vierkante meter voor hun scherm. We wilden ons gezin terug en dat zou alleen maar lukken als we die vervloekte schermen lieten verdwijnen. Zo gezegd, zo gedaan: we gooiden de hele rotzooi de kelder in.

Tegen alle verwachtingen in reageerden de kinderen heel gelaten toen ze ’s ochtends merkten dat de schermen weg waren. Ze gingen onmiddellijk op zoek naar alternatieven. Er werd weer écht gespeeld met vergeten speelgoed én met elkaar. Ze waren nu aangewezen op elkaar waardoor ze weer écht met elkaar praatten, overlegden, compromissen sloten. ’s Ochtends werd er opmerkelijk langer geslapen. Zonder tv blijkbaar geen reden om op te staan.

’s Avonds maakten we fietstochtjes of speelden we met zijn allen in de tuin tot het donker werd. Zelfs een boek speelkaarten leek weer interessant. Ik had al snel het gevoel mijn gezin eindelijk terug te hebben. We waren een beetje meer het gezin dat ik wil zijn. We leefden weer mét elkaar en niet meer naast elkaar.

En toch staat er sinds een tijdje weer een groot, lelijk scherm in de woonkamer. De kinderen begonnen er meer en meer naar te vragen en zélf misten we het ook om op een regenachtige avond nog even gezellig op de bank een programmaatje mee te pikken of op zijn minst het journaal te zien.

Helaas moeten we vaststellen dat zodra de tv er weer stond, we met zijn allen onmiddellijk hervielen in onze oude gewoontes. Maar, de frisse herfstavonden komen er aan en dan maken we het ’s avonds vaak gezellig voor de buis met een hapje en een drankje. Dat is ook qualitytime ten top!

Toch zou ik dit ‘experiment’ graag af en toe herhalen. Al is het maar om de banden binnen ons gezin weer wat aan te halen als dat nodig is.

Het concept ‘vakantie’

Sinds anderhalf jaar werk ik niet meer in het onderwijs. Tegen alle verwachtingen in heb ik geen heimwee. In het begin miste ik het contact met de collega’s en de leerlingen, én de voldoening die je voelt wanneer je erin slaagt om een stelletje pubers toch een lesuur te boeien. Al het overige was er nét iets te veel aan.

Wat ik nu vooral mis, elk jaar opnieuw rond deze tijd, is het gevoel dat je hebt op het einde van het schooljaar. Het aftellen en vurig verlangen naar de vakantie, de laatste loodjes die je op school met iets meer plezier dan anders afwerkt. En dan … die zee van tijd die voor je ligt en waar je niet kan over kijken. Twee volle maanden verlof, één uitgestrekte vakantie waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Het gevoel dat even alles kan en niks echt moet, dat mis ik elk jaar opnieuw.

De eerste week zat ik nog kwijlend voor mijn scherm te kijken naar de eerste vakantiefoto’s die op facebook en instagram passeerden. De zonsondergangen op het strand, de wandelingen in de bergen, de english breakfasts in Spanje, … Een weekje later, zat ik heimelijk te grijnzen bij de foto’s van hopen vuile was en lege reiskoffers. Zij zijn weer thuis en hun vakantie voor dit jaar zit er al op. 

Zo kom ik bij dat andere gevoel dat ieder jaar de kop opsteekt. Elke zomer opnieuw bedenk ik bij mezelf hoe absurd ‘vakantie’ is. Een heel jaar kijken we er met zijn allen naar uit, naar die week of 2 weken dat we massaal uitwijken naar ergens waar het beter is. De meesten vertrekken op dezelfde momenten en staan gezellig samen in lange rijen op de luchthaven of aan de péage op weg naar het zuiden aan te schuiven. Een week later staan we dan weer en masse te wachten aan de andere kant, terug richting thuis, routine, dagelijkse sleur, drukte en stress.

Dat was het dan weer voor dit jaar … maanden naar uitgekeken en hup, het is alweer voorbij. Waarom voelen we in godsnaam de noodzaak om minstens een week op een andere plaats te vertoeven? Zijn we dan zo ongelukkig in ons eigen huis? Ontevreden met ons dagelijks leven?

Ik alvast niet, meestal ben ik héél blij met wat ik thuis heb en kan ik ook écht wel genieten van het leven in mijn eigen tuin. Toch voel ook ik elk jaar de behoefte om twee weken met het gezin weg te trekken naar een plek onder de zon, ons paradijsje in the middle of nowhere.

2543497018_552c9e90-039c-4f9c-8bd2-4b9262c15083

De locatie op zich is minder belangrijk, maar het gaat er voor ons vooral om om even met het gezin alleen te zijn, weg van verplichtingen en verwachtingen. Daar in ons huisje, in het grootste boerengat van Frankrijk. Geen buren, geen familie, geen gedwongen sociaal contact. Alleen wij, onze kinderen én tijd. Tijd voor elkaar, tijd om te puzzelen, verstoppertje te spelen, te lezen en te genieten van elkaar zonder op de klok te hoeven kijken.

Dát is vakantie. Zalig, maar tegelijkertijd absurd. Waarom kan dat gezinsgeluk alleen pieken gedurende die 2 weken in de zomer? Is er dan geen manier om ons thuis ook af te sluiten van de buitenwereld? Hoe ouder de kinderen worden, hoe moeilijker het lijkt. Ze leiden meer en meer hun eigen leven, buiten de grenzen van onze cocon.

Toch kijken ook zij jaar na jaar reikhalzend uit naar die twee weken vakantie met het gezin en hebben ze genoeg aan zichzelf, aan ons en elkaar. Die gedachte maakt me gelukkig en doet me alleen maar meer uitkijken naar wat ons binnen enkele weken te wachten staat. Het vluchtige, het absurde motiveert me alleen maar om er ook dit jaar weer meer en nog bewuster van te genieten.

Helse nachten

Je zou denken dat je bij het vierde kind wel weet hoe je moet opvoeden. Niets is minder waar. Bij elk kind doemen nieuwe problemen op, bij elke leeftijd word je geconfronteerd met andere issues, bij elke verandering spelen onverwachte zorgen op.


Zo zijn we nu met onze kleinste in een onbekende opvoedingssituatie beland. Hij wil niet meer slapen. Punt, komma, andere lijn.

Tot voor enkele weken legde ik hem in bed, viel hij in slaap en werd pas de volgende ochtend of zelfs middag wakker. Een goede slaper noemen ze dat. En plots kwam daar verandering in. Hij wil niet blijven liggen, begint te roepen en te tieren. Tot overmaat van ramp heeft hij ook ontdekt dat hij zelf uit het bed kan klimmen.

De eerste avond met zo’n zenuwslopende scène probeerde ik het nog op te lossen door hem op mijn schoot te nemen, te troosten, begripvol te zijn. Yeah right! Dat maakt het dus alleen maar erger. Natuurlijk ligt hij liever op mijn schoot te baden in mijn liefde en warmte dan in zijn eigen koude, donkere bedje.

De volgende avonden dan maar de goede raad van de nanny op tv opgevolgd, want dit werkte perfect bij onze andere zoon: geen oogcontact, niets zeggen, kordaat weer in zijn bed leggen … keer op keer … op keer op keer … op keer …

Wat een koppig kind hebben wij! Een uur ging voorbij waarin hij constant uit zijn bed kwam. Hoeveel energie kan een kind van 2,5 hebben? Met slaapzak en al stond hij op welgeteld 10 seconden weer naast zijn bed. In het begin gaf ik hem de kans niet om uit het bed te kruipen, maar omdat het er niet naar uitzag dat hij snel zou opgeven, veranderde ik mijn strategie. Ik zou hem uitputten, afmatten tot hij niet meer kon. Dat werkte, op den duur gaf hij zich gewonnen en bleef hij liggen, maar schijn bedriegt.

Wanneer ik dacht dat hij eindelijk sliep en zelf in bed kon kruipen, stak hij zijn hoofdje omhoog. Als hij mij zag, ging hij weer liggen. Zag hij mij niet, dan begon het allemaal van voor af aan.  Even gerust, weer klaar om er vol tegen aan te gaan. Soms viel hij wel in slaap, maar werd hij na een paar uur weer wakker en speelde hetzelfde scenario zich opnieuw af.

Er waren avonden dat dit spelletje ruim twee uur duurde. Om gek van te worden. Er waren nachten dat ik totaal uitgeput moest vechten tegen mijn tranen. Dat ik diep in mij dingen voelde die ik niet durf neerschrijven. Enkele nachten van dat kaliber kan een mens wel aan, maar na 7 nachten ben je zo moe dat je jezelf al slapend met het voorhoofd tegen de deurstijl betrapt.

Gelukkig heb ik ook nog een vent die het na 5 nachten niet meer kon aanzien en zichzelf mee in de strijd wierp. Zijn ‘hardere’ aanpak in combinatie met het schrappen van de middagdutjes en het laat opblijven doen vermoeden dat het einde in zicht is. De scènes worden korter en hij slaapt af en toe weer eens een hele nacht door, al wordt hij ’s ochtends nog te vroeg wakker en lukt het zelden om hem dan nog terug in slaap te krijgen.

Maar ach, de wallen onder mijn ogen zijn alweer een beetje kleiner geworden en we hebben opnieuw een paar gezellige avondjes met twee gehad, mijn vent en ik. Vroeg opstaan heeft ook zo zijn voordelen: er is al heel wat werk verricht wanneer de rest van het gezin uit bed strompelt. En dat kleine ettertje, dat is zelfs om vijf uur ’s ochtends om op te eten.

Lang leve het onderwijs

 

Het dorp waar we wonen is een boerengat, een Kempische scheet groot. En toch zijn er 3 scholen. Twee hele grote en 1 heel kleintje. Wij kozen voor het kleintje. Liever mijn kleuter rustig laten starten in een klasje van 10, dan in een groep van 25 waar doorheen het jaar nog eens minstens 15 kindjes bijkomen.

Het was niet alleen het kleinschalige dat ons aansprak, maar ook het groene karakter van de school – in tegenstelling tot de 2 andere betonnen bunkers – en de openheid: geen hermetisch afgesloten domein, maar een doorzichtige omheining met kleurrijke poortjes die indien nodig op slot gaan, maar er blijft altijd minstens 1 toegang open, klaar om de ouders te ontvangen.

De kleinschaligheid kan ongetwijfeld een troef zijn, maar tegelijkertijd zorgt het jaar na jaar voor heel wat ellende bij het schoolteam. De juffen moeten al jaren knokken om de school in leven te houden, ze moeten ongetwijfeld dubbel zo hard werken als andere juffen. Ik kan het weten, want een voordeel van een klein schooltje is de enorme betrokkenheid van de ouders.

De leerkrachten halen alles uit de kast om élk kind, hoe moeilijk het ook gaat, mee te nemen naar het volgende leerjaar. Ze halen het onderste uit de kan om ook de allerzwakste leerlingen vol zelfvertrouwen en met een positief zelfbeeld tot over de eindstreep te brengen. Ik kan het weten, want mijn oudste dochter heeft tegen alle verwachtingen in haar getuigschrift behaald en dat is volledig en alleen te wijten aan de onovertroffen en onuitputtelijke inzet van het hele schoolteam en dat jarenlang. Mijn oudste zoon heeft het ook moeilijk, leren gaat allesbehalve vanzelf, maar ik heb er ook nu weer het volste vertrouwen in dat hij binnen enkele jaren afzwaait, wetende dat hij niet de beste is in rekenen en schrijven, maar wel uitblinkt in een heleboel andere dingen.

Maar hoe hard onze juffen ook werken, er zijn nu eenmaal een ministerie van onderwijs, inrichtende machten en directeurs van scholengroepen die daar geen rekening mee houden. Die zitten achter hun chique bureau en bekijken op het scherm van hun laptop de feiten en de cijfers. Die houden er geen rekening mee hoe geweldig en gemotiveerd een leerkracht is. Ben jij de laatste in rij en vallen er uren weg, dan kan jij vertrekken. Ik kan het weten, want ik heb zelf jaren in  het onderwijs gestaan.

Zo zag ik rondom mij fantastische leerkrachten vertrekken, onder dwang, door een gebrek aan uren of na enkele jaren dienst toch ongeschikt bevonden door iemand die nooit één les heeft bijgewoond. Persoonlijke drama’s worden op het hoogste niveau in scène gezet, geïnspireerd door mooi ogende grafieken, statistieken en wetmatigheden.

En ook nu weer moeten we in ons kleine schooltje afscheid nemen van een juf uit de duizend, al 17 jaar lang een vaste waarde in de school. Ook nu weer moet op een andere school een droomjuf haar vertrouwde nest verlaten. Al hun inspanningen, hun ontelbare creatief uitgewerkte lessen, hun bewonderenswaardige inzet tijdens en na de schooluren, … hebben tot niets geleid, zijn verloren en hebben hen, behalve het plezier van de kinderen en de dankbaarheid van de ouders, niets opgeleverd.

Los van de impact op het leerkrachtenteam en de leerlingen, is dit voor de juf zelf een klap in het gezicht, een persoonlijke tragedie. Feiten en cijfers beslissen, geen greintje menselijkheid is ermee gemoeid. Maar zo gaat dat helaas in het onderwijs. Je zou er als leerkracht voor minder de brui aan geven en op zoek gaan naar meer werkzekerheid én een job waarbij je inzet en capaciteiten wél een rol spelen.

changes