Column Kleurrijk #1

Proud to announce: mijn eerste column gepubliceerd in het magazine ‘Kleurrijk’ van Pleegzorg Provincie Antwerpen.

De deadline van deze column – mijn allereerste by the way – valt toevallig samen met de verjaardag van ons jongste zoontje, Laurens. In tegenstelling tot de verjaardagen van onze andere drie kinderen word ik die dag niet overspoeld door de herinneringen aan zijn geboorte. We vieren uitbundig zijn verjaardag maar voor de rest zijn er weinig emoties mee gemoeid, om de simpele reden dat we er niet bij waren toen hij voor het eerst van zich liet horen.

De periode dat deze Kleurrijk in jullie brievenbus valt daarentegen, roept elk jaar mooie herinneringen op. Hét telefoontje van pleegzorg, in allerijl een crèche en babyspullen zoeken, de rit naar het ziekenhuis en dan… dat piepkleine, hulpeloze wezentje dat daar in zijn knalblauwe pyjama onder een klein, oranje dekentje lag. Moederziel alleen, wachtend op ons, op onze liefde, onze knuffels en warmte.

Hij kwam bij ons in crisisopvang maar nu drie jaar later maakt hij nog steeds deel uit van ons gezin. We hebben al een hele weg afgelegd met veel wondermooie momenten maar af en toe ook verdriet en zorgen. Na het eerste anderhalf jaar zonder bezoeken noch contacten waren we haast vergeten dat hij niet echt van ons was. Zijn mama wist dat ze niet voor hem kon zorgen en was enorm dankbaar dat wij hem wilden geven wat zij niet kon bieden. Er was een klik met haar en de weinige keren dat ze op bezoek kwam, hadden we telkens een gezellige koffieklets maar interesse in haar kind toonde ze helaas nooit. Ze gaf het dan ook snel op en verbrak zo goed als elk contact.

Toen zijn vader plots ten tonele verscheen en de bezoeken werden opgestart, bloedde ons hart. Maar alles went en een mens kan meer aan dan hij denkt. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we geleerd hebben uit ons pleegzorgverhaal.

De bezoeken en het contact met de papa verlopen goed. Een gezin met vier kinderen vergt sowieso heel wat organisatie en de tweewekelijkse bezoeken inplannen in een weekend met voetbalmatchen, muzieklessen, verjaardagsfeestjes en uitstapjes is niet altijd even simpel maar gelukkig is alles bespreekbaar en kan er al eens geschoven worden met de bezoekuren.

Het is me wat, je gezin openstellen voor een ander zijn kind en je hart eraan verliezen. De onzekerheid, de emoties, de angst voor wat de toekomst brengt… Maar het is en blijft de moeite waard. Het is een verrijking voor je gezinsleven, een eye opener, een blik op een totaal andere wereld waar je eigenlijk liever zo weinig mogelijk van af weet maar waar je willens nillens van heel nabij mee geconfronteerd wordt.

Voor de meesten van jullie zal dit herkenbaar zijn. Of net niet. Ieder verhaal is anders maar ik hoop jullie de komende tijd te kunnen boeien met óns verhaal, ons avontuur, ons leven als (pleeg)gezin. Ik kijk er alvast naar uit om af en toe een beetje van onze chaos met jullie te delen.

Geen verlof voor pleegouders: flashback

Vandaag las ik in de krant van gisteren dat pleegouders nog steeds geen recht op verlof hebben wanneer ze een kindje verwelkomen in hun gezin. Het deed me terugdenken aan de tijd dat onze pleegzoon, toen net geboren, in ons gezin kwam. Aanvankelijk in crisisopvang, maar nu, bijna 3 jaar later, is hij – godzijdank – nog steeds in ons leven.

Op een winterse maandagavond kregen we een telefoontje van pleegzorg. Of we een pasgeboren baby’tje wilden opvangen. Mijn hart deed een vreugdesprongetje … eindelijk een boeleke. De oudste dochter die tegen mijn wang geplakt het gesprek volgde, kon evenmin haar enthousiasme onder stoelen of banken steken. Natúúrlijk wilden wij dat baby’tje even een thuis geven. Zonder er verder over na te denken… Maar dan, de hoorn op de haak, de adrenalineshot neemt af, reality checks in.

Oei, een baby’tje moet naar een crèche of onthaalmoeder wanneer ik ga werken. Vlug alle crèches opzoeken in de buurt en opbellen. Welke babyspullen hebben we nog allemaal in de kelder steken? Veel, maar niet genoeg. Even een sms’je rondsturen. Allerlei dingen waar je normaal 9 maanden de tijd voor hebt, moesten nu in sneltempo geregeld worden. Maar kijk, het lukte en toen we 2 dagen later die wolk van een baby op de materniteit gingen halen, waren alle praktische zaken tip top in orde.

Waar we echter niet op waren voorbereid, waren de onderbroken nachten. Je zit met een pasgeboren baby’tje en alles wat erbij hoort, maar het leven gaat gewoon door. Die wekker begint nog steeds te kwelen om 6u30. Je wordt verwacht op je werk, ook wanneer je amper 2 uurtjes geslapen hebt. Geen ouderschapsverlof, geen kraamhulp, niks.

Toen leek dat best te lukken, je leeft op automatische piloot, je cijfert jezelf volledig weg en doet wat je moet doen. Een mens is vaak sterker dan hij denkt en een moeder kan bergen verzetten, maar er zijn grenzen. Ook bij mij was na een half jaar het vat af. Ik ben diep in het rood gegaan en dat heb ik nog lange tijd moeten bekopen.

Maar kijk, die baby wordt een peuter en is ondertussen een kleuter. Hoe onmenselijk zwaar die eerste maanden ook waren, het zijn momenten als de eerste schooldag, enkele weken geleden, waar je het voor doet. De zelfzekerheid waarmee ons ventje vrolijk door de schoolpoort stapt, daar hebben wij mee voor gezorgd. Hoe ons pleegzorgverhaal ook afloopt, wij hebben hem alvast een stevige basis gegeven, weerbaar gemaakt, hopelijk bestand tegen het harde leven dat hem te wachten staat. Dat gevoel is onbetaalbaar en geeft ons enorm veel voldoening.

Wij zouden het zo opnieuw doen, maar ik begrijp dat anderen ervan terugschrikken. Je wil een kind in nood opvangen en alles geven wat het op dat moment zó nodig heeft: een stabiele omgeving, rust, een warme thuis en liefde, … veel liefde. Dat kost niks, alleen maar tijd. Tijd die er niet is, tenzij je heel veel opoffert en je je eigen leven eventjes on hold zet. Tijd die de overheid kan bieden door ook pleegouders eindelijk recht op verlof te geven. Tijd die ongetwijfeld meer gezinnen over de streep zal trekken om pleegzorg een kans te geven.

Elk jaar zijn er ongeveer 500 kinderen in Vlaanderen die in de kou blijven staan bij gebrek aan pleeggezinnen. Dat zijn 2 op 3 pleegzorgaanvragen die niet positief beantwoord kunnen worden.

Komaan politici, het wetsvoorstel ligt klaar, waar wachten jullie op?

time

 

 

Wat bezielt een moeder?

Drie jaar geleden waren we een tijdje een ‘crisisgezin’. We deden aan crisisopvang, een vorm van pleegzorg waarbij je voor een kortere periode een kind opvangt dat onmogelijk thuis kan blijven, in afwachting van een meer definitieve oplossing. Tijdens een lange, donkere nacht schreef ik het volgende.

een-kans

Wat bezielt een moeder om haar kind in de steek te laten? Wat bezielt de familie van die vrouw om de zorgen voor het kind niet even over te nemen? Is er geen lieve oma of een tante die het kind graag ziet en het niet over haar hart krijgt om het bij wildvreemden achter te laten? Geen opa, geen nonkel, … ?

Voor ons lijkt het allemaal absurd, onbegrijpelijk. Wij willen een avondje weg en vinden in onze telefoon al gauw een paar contacten waaraan we kunnen vragen of ze onze kroost een avondje of nacht onder hun hoede willen nemen. Zijn we te ziek om onze kindjes van school te halen, eten te maken, te entertainen, … geen nood, de oma’s staan paraat!

Voor mensen als wij is die back-up, dat vangnet, onze achterban normaal en vanzelfsprekend, maar als er één ding is wat ik uit ons pleegzorgavontuur geleerd heb, dan is het wel dat niet alle mensen  zijn zoals wij. Dat niet alle mensen evenveel geluk hebben, maar er soms echt helemaal alleen voor staan.

Voor mensen zoals wij is het blijkbaar moeilijk te beseffen dat niet iedereen in dezelfde omstandigheden leeft en omringd wordt door een hechte familie of vriendenkring. Mensen zijn bovendien bang van de miserie van een ander en blijven er liefst zo ver mogelijk van weg. Als crisisgezin kan het niet anders dan dat je rechtstreeks geconfronteerd wordt met de problemen van een ander, met een totaal andere wereld, ver van ons bed, waar we liefst zo weinig mogelijk van af weten.

N was het tweede kindje dat bij ons kwam. Vanaf de eerste nacht sliep hij rustig door. Hij at goed, heel goed zelfs. Rustigere en bravere kindjes dan hem kom je niet vaak tegen. Ik vroeg me dan ook wel eens af waarom het in godsnaam zo moeilijk kon zijn om voor hem te zorgen.

Tot die nacht dat hij huilend wakker werd. Ik lag net een uurtje in bed. Hij was onrustig, leek kortademig en voelde zich benauwd. Je eigen kind ken je, je weet als moeder wanneer het ziek is, je voelt het wanneer het ernstig is. Maar N was nog maar een week bij ons. Mijn buikgevoel zei me dat het niet OK was, maar midden in de nacht zijn je opties beperkt. Doodmoe probeerde ik hem urenlang te kalmeren. Ik durfde niet te slapen, te ongerust, in paniek zelfs.

Mijn man was zoals gewoonlijk met geen stokken wakker te krijgen waardoor ik er die nacht alleen voor stond. En toen gebeurde het … Ik voelde de wanhoop van een moeder die ten einde raad is. Ik begreep de vrouw die het niet aankan om voor haar kind te zorgen, hoe graag ze hem of haar ook ziet. Ik besefte dat ík die moeder zou kunnen zijn.

Maar zelf heb ik een goeie vent die me soms na een zware nacht ’s ochtends wat langer in bed laat liggen. Héél af en toe komt hij zelf al eens uit bed om één van onze kindjes te troosten of weer onder te stoppen. Maar wat als dat niet het geval is? Wat als je er nacht na nacht alleen voor staat met je schreiende baby of zieke peuter? Wat als je dag in dag uit alleen verantwoordelijk bent voor dat kleine wezentje en er niemand is om het, al was het maar een uurtje, van je over te nemen?

We weten allemaal dat moeder zijn verdomd hard en moeilijk is. Zelfs de meest evenwichtige, sterke vrouwen raken al eens uit balans door de zware en afmattende  verantwoordelijkheid die op onze frêle schouders rust. De onzekerheid, de twijfel, de angst om te falen, de schuldgevoelens, … het vreet aan je. Het kán je klein krijgen als er niemand aan je zij of achter je staat om je af en toe te zeggen dat je de beste moeder van de wereld bent, dat je goed bezig bent en je best wat meer tijd voor jezelf mag nemen omdat je het verdient.

it-takes-a-village-to-raise-a-child