Het venster der vrolijkheid

Er zijn zo van die mensen waarvoor vrolijk zijn geen vanzelfsprekendheid is. Daar kunnen uiteenlopende redenen voor zijn, al ben ik ervan overtuigd dat sommige mensen zo geboren zijn. De aard van het beestje. Of er is hen van alles overkomen waardoor het leven en de aangeboren vrolijkheid of het ingeschapen optimisme – begrijpelijkerwijs – beetje bij beetje aan glans verloren heeft en tenslotte volledig verdwenen is. Toch merk ik dat af en toe de opgewektheid alsnog de kop op steekt. Niet vaak, maar het gebeurt. Hierdoor concludeer ik dat een mens doorgaans als blij ter wereld komt en er dus áltijd diep van binnen ergens sporen terug te vinden zijn die sporadisch komen bovendrijven.

Alcohol kan die sombere filter even opheffen en de vrolijkheid iets meer ruimte geven. Of een andere, meer onverwachte dopamineshot zet een mechanisme in het brein in gang met hetzelfde effect: een knuffel, een lach, een goed gesprek, een wandeling, de eerste lentezon … de gezondere manieren dus.

Wanneer je mensen zoals hierboven beschreven, in je leven hebt, is het de kunst om dat korte moment waarin de vrolijkheid opflakkert te herkennen en ervan te genieten. Laat het een geruststelling zijn en een bevestiging van het vermoeden dat die mens die je graag ziet toch ook enigszins gelukkig kan zijn.

Ik noem die korte tijdspanne ‘het venster der vrolijkheid’: een beperkt tijdslot dat je als naaste niet verloren mag laten gaan en waar je heel snel heel veel energie moet uit zien te halen voor het venster zich weer onverbiddelijk sluit en het misschien lang wachten is op het volgende ogenblik van lichtzinnig genot. Want geef toe, omgaan met mensen die niet makkelijk vrolijk kunnen zijn, vreet vaak energie. Hun aura zuigt je leeg omdat je moet vechten om niet besmet te worden met de zwartgalligheid die ze uitwasemen, want droefgeestigheid is minstens even besmettelijk als die frivole opgewektheid.

Gelukkig ben ik van het eerder blije type. Ondanks enkele tegenslagen in het verleden en een leven dat sinds een jaar aanhoudend minder luchtig is en me duchtig op de proef stelt, kan ik tussen de wanhoop, het verdrietig en teneergeslagen zijn mijn eigen venster der vrolijkheid regelmatig terugvinden en wagenwijd openen. Want daarin zit volgens mij het verschil met de mensen zoals hierboven omschreven: mijn venster sluit zich nooit helemaal, het staat altijd op een kier.

Bron afbeelding: wall-art.nl

Pop-up column Libelle: cadeautjes

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

Gepakt en gezakt staan we klaar voor enkele dagen Spaanse zon, met zijn tweetjes. Doorgaans ben ik low profile, maar op mijn verjaardag sta ik graag in de belangstelling. Dat heeft mijn wederhelft goed begrepen dit jaar, want hij verraste me met dit tripje. Maar onderweg naar de luchthaven overvalt me een schuldgevoel: we laten onze vier kinderen achter. Meteen daarna stel ik mezelf gerust. De pleegzoon zal het weekend spenderen bij zijn papa en de overige dagen zal de oudste dochter, die al twintig is, voor hem zorgen. Onze oudste zoon zal genieten van het gebrek aan ouderlijk toezicht en de dochters zijn perfect in staat het huishouden draaiende te houden. Wat een verschil met vroeger, toen we opvang voor onze kroost moesten zoeken. Daar heb ik het altijd moeilijk mee gehad. Vooral sinds de komst van de pleegzoon, die wel wat extra zorg nodig heeft, wilde ik anderen zo min mogelijk lastigvallen met ons engagement. Ik heb het me toen onnodig lastig gemaakt, maar het heeft er wel voor gezorgd dat we nu als gezin ‘zelfvoorzienend’ zijn geworden: onze kinderen zorgen voor zichzelf én voor elkaar. Dus ja, ik ga schaamteloos genieten van mijn cadeautje dit weekend. Al is het besef dat mijn kinderen de komende dagen ook zonder mij kunnen, misschien wel het mooiste geschenk wat ik als moeder kan krijgen.

Wil jij ook pleeggezin worden? Er staan nog meer dan duizend kinderen en jongeren op de wachtlijst, voor wie Pleegzorg Vlaanderen een warme thuis zoekt. Surf naar pleegzorg.be voor meer informatie.

Pop-up column Libelle: jeuk

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“We liggen samen in bed, dicht tegen elkaar. Ik lees voor en hij luistert aandachtig, maar ik word gek van zijn gewriemel. Wanneer ik vraag waarom hij in godsnaam niet stil kan blijven liggen, zegt hij dat zijn billen jeuken en steeds moet krabben. Wanneer ik vraag of ik even mag kijken, krijg ik een vastberaden nee. Ik schrik en vraag waarom niet. Ik probeer hem duidelijk te maken dat ik dat vroeger bij grote broer Jef ook deed.

Zijn antwoord brengt me van mijn melk. ‘Ja, maar Jef is jouw echte kind.’

Terwijl hij dit zegt, kijkt hij mij zijdelings aan. Om mijn reactie te peilen, vermoed ik. Ik lach zijn opmerking weg en probeer hem van het tegendeel te overtuigen.

‘Voor mij ben jij wel mijn echte kind.’

Hij giechelt verlegen, laat zijn broek zakken en stelt zijn bips ten toon. Eczeem, zoals ik al dacht.

Het lijkt banaal, maar zulke momenten betekenen veel voor mij. De gedachte dat hij niet echt ons kind is, is nooit ver weg in dat hoofdje van hem. Biologisch gezien is hij inderdaad niet ons kind, maar zijn gevoel zegt iets anders. En dat weet ik door wat er net gebeurde. Ik mag er zelfs een zalfje op smeren.”

Pop-up column Libelle: nieuwe puppy

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“We kochten een hond. In het begin vond L. het geweldig, maar na een tijdje merkte ik dat hij haar steeds meer links liet liggen. Toen op een dag onze puppy de show weer eens stal en iedereens aandacht opeiste, werd L. boos en riep: ‘Ik haat Odette. Ze neemt mijn gezin af.’

Mijn (pleeg)moederhart brak weer eens in duizend stukjes. Als jongste van ons gezin gaat hij met de meeste aandacht lopen. Als hij die aandacht krijgt, voelt hij zich geliefd en deel van ons gezin. Daar heeft hij als pleegkind extra behoefte aan. En inderdaad, dat waren we uit het oog verloren.

Even later bekoelde de liefde opnieuw. Mijn intuïtie zei dat er iets zat aan te komen. Toen ik hem vroeg waarom hij niet meer met Odette wilde spelen, had hij een glashelder antwoord klaar: “Ik wil niet te veel van haar gaan houden, want dan moet ik te erg huilen als ze er niet meer is.”

Slik. Het leven van onze pleegzoon bestaat vaak uit afscheid en gemis. Ik dacht dat hij dat een plaatsje had gegeven, maar blijkbaar is afstand houden zijn manier om ermee om te gaan.”

Pop-up column Libelle: FOMO

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“L., onze pleegzoon, neemt mijn gsm en begint door de foto’s te scrollen. Plots zie ik hem bedenkelijk kijken. Hij toont me een foto van vorig weekend op een feestje. We staan er met zijn allen lachend op, zonder hem. Verontwaardigd vraagt hij waar hij toen was. Ik leg hem uit dat hij dat weekend bij Papa C. was. De uitdrukking op zijn gezicht verraadt dat zijn hoofd op volle toeren draait. Het lijkt alsof hij door die foto plots beseft dat het leven hier thuis gewoon verder gaat, ook wanneer hij er niet is. Hij maakt me heel duidelijk hoe oneerlijk hij het vindt dat wij leuke dingen doen zonder hem. Een duidelijk geval van FOMO dus. Ik snap hem wel, want ook ik heb het er soms moeilijk mee. Telkens als we iets leuks gaan doen of een gezinsfoto nemen zonder hem, voelt het niet juist. Hij is een pleegkind, maar na ruim tien jaar hoort hij erbij. Ik heb hem van de materniteit mee naar huis gebracht en de nachtelijke voedingen en luiers doorstaan, terwijl ik de volgende dag gewoon moest gaan werken. Hij is mijn kind niet, maar ik deed het toch. Toen al met een liefde die sindsdien alleen maar groter én godzijdank wederzijds werd.”

Pop-up column Libelle: Hoe nobel

Lies Scheers (46) is getrouwd met Gert en heeft vier kinderen, onder wie een pleegzoon. Ze deelt haar leven als (pleeg)moeder in Kleurrijk, het magazine van Pleegzorg Vlaanderen, op haar blog leeflachlies.com en nu ook in Libelle.

“Hoe ontzettend nobel, wat jullie doen met pleegzorg!”

Honderd, nee duizend keer kregen we het al te horen. Nobel … geen courant woord, maar het lijkt onlosmakelijk verbonden met pleegzorg.

Sinds 2013 zijn we een pleeggezin. Eerst deden we crisisopvang: je krijgt ’s ochtends telefoon en ’s avonds zit er een kindje bij aan tafel. Onze pleegzoon was het vierde kindje dat we opvingen, maar hij is tien jaar later nog steeds bij ons. De schouderklopjes doen deugd, maar nobel zou ik het niet noemen. Het is een engagement dat veel vraagt, maar de voldoening die het schenkt én de liefde die je ervoor in de plaats krijgt, zijn onbetaalbaar.

Op drukke plekken zie ik hem Gerts hand vastnemen en diens nabijheid zoeken. Om rustig te worden voor het slapengaan, moet hij eerst nog even knuffelen en voel ik zijn lijfje ontspannen. De geheimpjes die hij alleen aan mij vertelt. Maar evenzeer de oprechte excuses, kort nadat hij boos heeft geroepen dat wij zijn echte ouders niet zijn. Of ‘ik heb je gemist, mama’ wanneer hij weer thuis is na een weekend bij zijn papa. Het zijn die dingen die me keer op keer doen beseffen hoe waardevol het is wat we voor hem doen.

Column Kleurrijk: Eigen kinderen

Het is moeilijk om iets te schrijven rond het thema van deze Kleurrijk. Ik ben me er erg van bewust dat elke pleegzorgsituatie anders is en niet altijd zo positief uitdraait als de onze.

We hadden al 3 kinderen voor we aan pleegzorg begonnen. Het valt me altijd zwaar om te schrijven of spreken over onze ‘eigen’ kinderen. Het benoemt de situatie in ons gezin zoals het is, maar niet zoals het aanvoelt. En ik heb nu eenmaal de neiging meer met mijn hart te denken dan met mijn verstand.

Ik worstel vaak met de vraag wat het verschil is met onze eigen kinderen. Is er überhaupt een verschil? Gevoelsmatig kan ik daar heel duidelijk in zijn en zeg ik volmondig nee. Ik zie Lou even graag als de andere drie. Maar wanneer ik het rationeler bekijk, is er een verschil. Hij is er soms niet bij op momenten die belangrijk zijn voor ons gezin omdat hij bij zijn ‘eigen’ papa is. Hij wordt dan gemist, maar iedereen heeft er vrede mee. Het is nu eenmaal zijn en onze realiteit. Het kan zo, omdat hij onze pleegzoon is en niet ons ‘eigen’ kind.

Ik ben er zo goed als zeker van dat ook onze kinderen hem beschouwen als hun ‘eigen’ broer. Dat hij als pasgeboren baby in hun leven kwam en bleef, heeft hier natuurlijk veel mee te maken. Hij verstoorde de volgorde niet en sloot probleemloos bij aan in het rijtje. Hijzelf heeft nooit anders geweten dan deel uit te maken van ons gezin. Hij maakt ruzie met de jongste dochter. Hij werkt enorm op de zenuwen van de oudste zoon. Hij wordt rotverwend door de oudste dochter.

Klinkt als een doorsnee gezin, toch?

Nochtans ervaar ikzelf ons gezin niet als doorsnee, maar welk gezin is dat wel? Ok, wij zijn een pleeggezin en dat brengt soms problemen met zich mee. Maar als ik naar nieuw samengestelde gezinnen in onze omgeving kijk, dan merk ik dat het daar ook niet altijd van een leien dakje loopt. Net zo bij eenoudergezinnen. Of standaardgezinnen, wat dat dan ook moge zijn.

Ieder gezin is uniek ongeacht de samenstelling. Mijn ervaring leert me dat de buitenwereld er meer bij stil staat, dan de gezinsleden zelf. We zijn een pleeggezin, maar onze pleegzoon is van bij de geboorte bij ons waardoor we hem beschouwen als onze eigen zoon. Dit is uiteraard anders voor een gezin waar de pleegkinderen er op latere leeftijd bij kwamen. We zijn een gezin met vier kinderen en hebben een manier gevonden om min of meer in vrede samen te leven. Wat werkt voor ons, werkt niet voor een ander. Het maakt allemaal niet uit. Het voelt zoals het voelt. Het is zoals het is.

Column Kleurrijk: 10 jaar pleegzorgdecreet

Hip hip hoera! Het pleegzorgdecreet en Pleegzorg Vlaanderen bestaat 10 jaar. Toeval bestaat niet, maar onze pleegzoon ook. Hij wordt in november 10 en in december is hij 10 jaar bij ons. Een decennium. Een jubileum. Feest!

Wat er zich achter de schermen allemaal heeft afgespeeld, daar heb ik geen flauw benul van. Ik was te druk bezig met het moederen over vier kinderen. Het is af en toe pittig geweest. De constante aanpassing aan nieuwe, uitgebreide bezoekregelingen bijvoorbeeld, liet vaak tijdelijk zijn sporen na: net wanneer je dacht een aangenaam evenwicht bereikt te hebben, moest er weer rond de tafel gezeten worden. Het was steeds opnieuw een les in meegaan met iets waar je zelf niet om gevraagd hebt. Met tegenzin, maar omdat het moet en omdat je diep van binnen weet dat dit het beste is voor het kind.

Het is vooral ook heel leuk geweest. Elk jaar zijn verjaardag mogen vieren. Hem zien opgroeien, zijn eerste stapjes, zijn eerste woordjes, … dingen herkennen in hem van jezelf, je man of van je andere kinderen. Andere dingen dan weer niet kunnen thuis brengen. Ik stond vaak met grote ogen te kijken naar zijn veerkracht en aanpassingsvermogen. Hoe moet het zijn om steeds maar weer uit je vertrouwde cocon te worden gehaald om ergens anders tijd door te brengen? En wanneer je je daar een beetje op je gemak voelt, moet je weer terug.

Het was en is soms moeilijk om hem te zien worstelen met zijn uitzonderlijke situatie. Een antwoord geven op zijn vragen, was en is een uitdaging. Waarom woon ik bij jullie? Waar is mijn mama? Wat als ik niet bij jullie kan blijven? … Het schenkt een enorme voldoening wanneer je merkt dat je hem – voor een tijdje – kan kalmeren en geruststellen. Het geeft een moeilijk te omschrijven gevoel wanneer je de veilige haven bent van andermans kind. Er ligt een hele dunne grens tussen de harde realiteit verbloemen en de dingen benoemen zoals ze zijn.

Als moeder is het vooral heel mooi om je andere kinderen in die 10 jaar te zien groeien in hun rol als (pleeg)broer of -zus. Ook zij moesten zich willens nillens aanpassen aan de steeds veranderende realiteit rond hen. Ze hebben daar nooit moeilijk over gedaan, integendeel. Ze gaan door het vuur voor hun pleegbroertje. Dat maakt van mij een fiere moeder.

En laten we vooral de vaders in dit verhaal niet vergeten. Het zijn er twee. Papa C heb ik in die jaren zien evolueren van een onzekere tot een vastberaden vader die het beste voor zijn kind wil en een steeds grotere rol in zijn leven wil spelen. Onze papa is er ook nog. Die staat al 10 jaar lang als een rots in de soms woelige zee te wachten tot hij telkens weer een veilig plekje kan bieden middenin de woeste golven.

10 jaren zijn voorbij gevlogen. Het liep niet altijd van een leien dakje, maar pleegzorg was er steeds om ons bij te staan. Soms was dat slechts een babbeltje waarin we ons hart eens konden luchten. Soms was er meer nodig en schoot een heel team in actie. Dat maakt dat het wat ons betreft 10 hele mooie jaren waren waarin elke hindernis vlotjes genomen werd.

Mogen we dan nu bijtekenen voor nog eens 10 meer?

Column Kleurrijk: Verlies

Schrijven over verlies. Dat was de opdracht voor deze column. Niet makkelijk, geen inspiratie. Maar zoals zo vaak hielp het lot een handje. Helaas, want kort voor de deadline van deze column moesten we, na bijna 10 jaar, afscheid nemen van onze hond Lola. Lola kwam er een maand voor Lou, onverwachts, in ons gezin kwam en uiteindelijk ook bleef. Ze groeiden dus samen op, ondanks de zware allergie die Lou heeft voor honden. En katten. En alle andere dieren met haar.

Wanneer we op vakantie vertrokken, huilde Lou steevast tranen met tuiten omdat we onze hond moesten thuis laten. ‘Wie gaat er nu voor Lola zorgen? Ik ga haar zo missen! Wat als er ondertussen iets met haar gebeurt?’ We kregen hem gelukkig snel getroost, maar het het gemis stak enkele dagen later gegarandeerd weer de kop op. Opmerkelijk was dat vroeger het verdriet om Lola meestal overging in het verdriet om zijn mama die hij niet kent, nooit gekend heeft en toch heel erg mist. Dit is en blijft voor hem een groot verlies.

Al heeft hij de afwezigheid van zijn mama, zo lijkt het, de laatste jaren een plaatsje kunnen geven, we merken dat het een gevoelig thema is, wanneer mijn moeder weer voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Lou is dan altijd boos en weigert afscheid van haar te nemen. Hij vindt het absoluut niet kunnen dat mijn eigen moeder mij zomaar achterlaat. Het is schattig hoe hij het voor mij opneemt en met mij in zit, maar de achterliggende reden van zijn gedrag maakt het allemaal een beetje pijnlijk.

Het einde van het schooljaar ging ook dit jaar gepaard met de nodige traantjes. Afscheid nemen van zijn klas, de juf, zijn vriendjes … het valt hem zwaar. Hij is bang dat ze hem allemaal gaan vergeten en dat het (tijdelijke) verlies van zijn dagelijkse routine iets permanents wordt.

Maar dus, 2 weken geleden gebeurde het ondenkbare. Lola ging dood. Al zagen we het aankomen, het bleef onverwacht. Iedereen hier thuis, van klein tot groot heeft tranen gelaten. Er werd onderling geknuffeld en getroost. Mooi om te zien ook, hoe in momenten van intens verdriet de stevige basis van ons gezin zichtbaar wordt. Hoe ook de kinderen er voor elkaar zijn. Het geeft hoop naar de toekomst toe, want tussen de chaos, de drukte, het gekibbel en gesnauw is het niet altijd duidelijk dat de liefde groot is.

We gaven het verlies een mooi plekje in een hoekje achterin onze tuin. De kinderen timmerden een houten kruis in elkaar en mooie bloemetjes werden geplant en gezaaid. Foto’s van Lola werden bij elkaar gezocht en slingeren nu rond in huis. Het bewijst dat verlies en verdriet best niet weggestopt en genegeerd worden, maar letterlijk en figuurlijk een plaatsje moeten krijgen zodat het niet persé iets negatiefs hoeft te zijn, maar deel kan uitmaken van het leven.