Het regent, maar zodra we de kelderdeur openen, schijnt de zon. Latijns-Amerikaanse ritmes komen ons tegemoet. Voorbij de donkere gang schijnt een warm licht, de ene keer zacht rood, dan weer warm paars of faibel groen. Daar in die ruimte, el sótano mágico, zit el maestro op ons te wachten, meestal oefenend op de drums of de conga’s. Hij ziet ons, stopt zijn bezigheden, begroet ons en de zon begint nog feller te schijnen. Er zijn zo van die mensen die licht geven …
Het begon vier jaar geleden: congalessen voor de jongste dochter die toen drumles volgde. Het was niet bij de deur, maar het was corona, dus toch tijd genoeg. Na een half jaar besliste ik zelf mee te doen. Niet enkel door de unieke momenten samen met de jongste dochter, bleek het één van de beste beslissingen van de voorbije jaren te zijn. Het was een uitdaging op allerlei vlakken.
Ik kweekte eindelijk een beetje discipline waardoor er een lichte vorm van structuur in mijn chaotische leven kwam. Het oefenen van de ritmes ontpopte zich tot een meditatieoefening van een ongekend niveau. Eens de puur technische fase van het memoriseren voorbij, slaag ik erin mijn verstand op nul te zetten en volledig op te gaan in het basale, oerachtige, pure geluid en de trillingen van de conga’s. Op dat moment koppelt mijn hoofd los van mijn handen die zonder nadenken de juiste bewegingen blijven maken terwijl ik in gedachten wegdroom of de nodige dingen op een rijtje zet. Óf ik denk aan niets, wat het summum van ontspannen en loslaten is.
Ook de technische fase van het leren van een nieuw ritme die hieraan vooraf gaat, biedt een enorme voldoening. Het vereist een concentratieniveau dat ik in het dagelijks leven zelden nog kan opbrengen. Eindelijk iets waar ik me nog eens in vastbijt, een uitdaging die onverwachts op mijn pad kwam. Wanneer je aan een nieuw ritme begint, wordt het er in de les ingedramd. Je lijkt het op een uurtje onder de knie te hebben, maar dan kom je thuis en zit het te ver weg. Je begint de filmpjes te ontleden, stap voor stap, slag per slag. Na een dag of 3 lukt het om zonder spieken het ritme te spelen. Een kleine succeservaring die motiveert en vraagt om meer.
Meer heeft een mens nochtans niet nodig om de dagelijkse sleur te trotseren. Een beetje afleiding, een uitdaging, twee conga’s en een bezielde leraar die licht geeft.
¡Vamos!

