Ik kijk in de spiegel en bestudeer mezelf, de focus op mijn gezicht, mijn neus die bijna de spiegel raakt. Ik haal mijn schouders op en zucht. Het is wat het is … hier en daar wat opkalefateren, mijn troeven in de verf zetten en ik kan er wel mee leven. Over mijn haar hoef ik me gelukkig geen zorgen te maken. Het grijs werkt de kapster frequent en vakkundig weg. Voorts kruip ik na een douche met natte haren in bed waarna ik dan de volgende ochtend wakker word als Julia Roberts in Pretty Woman. Toch wat het kapsel betreft.
Het zal nooit meer worden wat het was. Hoe ík was, op de foto op de kast. Onze trouwfoto van 20 jaar geleden. Twintig jaar .. Waar is de tijd?
Het doet wat met een mens. Ik ben trots omdat we nog steeds samen zijn. Dat blijkt niet evident en is op zich al een hele prestatie. We zijn doorgaans een blij en gelukkig koppel. Meer nog: blijer en gelukkiger dan 20 jaar geleden. De onrealistische verwachtingen naar elkaar toe hebben we laten varen. We weten na al die tijd wat we aan elkaar hebben en wat niet. We hoeven niet rond de pot te draaien en kunnen elkaar ons gedacht zeggen. We weten welke onderwerpen vermeden moeten worden. We kennen en aanvaarden elkaars kleine kantjes. Dat alles scheelt een pak frustraties en belachelijke ruzies.
Onze grootse dromen hebben we waargemaakt of lichtelijk bijgestuurd. Dat brengt rust en geeft ruimte om te genieten van en te leven in het nu. Om te beseffen dat het goed is zoals het is. Wanneer de gewone gang van zaken dan toch te gewoontjes blijkt, bedenken we een nieuw projectje waar we samen onze schouders onderzetten. Of we slaan even apart een zijweggetje in. Maar voorlopig hebben we genoeg aan de rust die 20 jaar getrouwd zijn met zich meebrengt. Onze vier kinderen houden het interessant, uitdagend en spannend genoeg.

